Het vuurkind (1993)

Het vuurkind

Flaptekst: Een geoloog arriveert in Issat om er opgravingen te doen. Issat is een gekoloniseerd stadje in de woestijn en vormt een geïsoleerde wereld waartoe smokkelaars, vluchtelingen en misdadigers zich aangetrokken voelen. Centrum is het bordeel van Mme Alemnesh, die al in Door de naamloze vlakte haar opwachting maakte. De geoloog raakt niet alleen in de ban van het mysterieuze Issat, maar ook in die van Azaya, de nieuwste aanwinst in het ‘hotel’ Van Mme Alemnesh. De rust in Issat is evenwel bedrieglijk, want als er in de getto’s rellen uitbreken, doet de legerleiding een greep naar de macht. Vreemdelingen en andersdenkenden worden uitgewezen, terwijl de slogan van de militaire bevelhebbers luidt: Issat eerst! Rassenrellen, aanslagen, onverdraagzaamheid en etnische zuiveringen zijn het gevolg van de nieuwe politiek. Het hoofdpersonage raakt er ongewild bij betrokken. Het vuurkind kan worden gelezen als een moderne parabel over goed en kwaad, macht, corruptie en uitbuiting, maar ook als een fantasierijke avonturenroman vol spanning en erotiek.

Auteur: Herman Portocarero (1952) woonde van 1979 tot 1982 in Ethiopië.

Titel: Het vuurkind – Auteur: Herman Portocarero – Uitgever: Manteau Antwerpen/Amsterdam 1993 – ISBN: 90 223 1292 5

Recensie: In deze nieuwe roman van de internationale georiënteerde Vlaamse Portocarero (1952) is de plaats van handeling het geheimzinnige Issat. In dit toevluchtsoord van misdadigers en vluchtelingen arriveert een geoloog, die weggevlucht is uit de westerse wereld. Hij doet onderzoekingen en ontdekt dat bij Issat een meteoriet ingeslagen moet zijn. Dit moet de goddelijke steen geweest zijn, het bewustzijn is hier ontstaan; zijn hier ook immers niet de oudste sporen van voorlopers van de mens gevonden? Tegen de achtergrond van smokkelaffaires, terreur, rellen en een staatsgreep ontwikkelt zich in het bordeel van Mme Alemnesh een relatie tussen de geoloog en het vuurkind Aazaya. Om bevrijd te worden moet Aazaya zwanger worden. Voor de geoloog betekent dit een omslag in zijn denken. Afwisselend worden hoofdstukken in een ik-perspectief (van de geoloog) een auctoriaal verteld. In dit exotische avontuur, dat, hoewel intrigerend, niet gemakkelijk leest( mede door de niet altijd even vlotte stijl en de veelheid aan motieven, in kort bestel gepresenteerd) krijgt uiteindelijk de tegenstelling tussen eeuwigheid en tijdelijkheid gestalte. (NBD\Biblion, Jos Radstake)

Door de naamloze vlakte (1985)

Door de naamloze vlakte

Flaptekst: Door de naamloze vlakte is ogenschijnlijk het relaas van een tocht door Ethiopië in de voetspoor van de dichter Arthur Rimbaud. Tegelijkertijd kan men het boek echter ook als een filosofische detective en literair cryptogram lezen: in de loop van het traject – de tekst – identificeert de auteur zich in toenemende mate met de dichter, terwijl de lezer ondertussen een tocht maakt door een collage van echte en verzonnen, verborgen en expliciete Rimbaud-citaten. Zelfs de taal van de auteur heeft zich aan dit spel aangepast. Zijn beknopte en poëtische stijl, vol archaïsmen en neologisme, verwijst nadrukkelijk naar de eigenlijke hoofdpersoon van het boek: de dichter. Maar wie niet thuis in het oeuvre van Rimbaud kan Door de naamloze vlakte ook als een avonturenverhaal tout court lezen.

Auteur: Herman Portocarero (1952) woonde van 1979 tot 1982 in Ethiopië. Door de naamloze vlakte sluit in verscheidene opzichten aan bij zijn debuut Het anagram van de wereld, maar vormt een zelfstandig verhaal.

Titel: Door de naamloze vlakte – Auteur: Herman Portocarero – Uitgever: Manteau Antwerpen, 1985 – ISBN: 90 223 0998

Recensie: In 1984 debuteerde Portocarero met ‘ Het anagram van de wereld’ een roman die ondanks zijn ingewikkeldheid en zijn belgicismen allerlei positieve kenmerken bezat. Tegen zijn tweede roman zijn die bezwaren nauwelijks meer aan te voeren: de ingewikkelde vorm en het typish Belgische taalgebruik zijn totaal afwezig in dit boek dat een letterlijke en literaire speurtocht bevat naar het verblijf van Rimbaud in de stad Harar in Ethiopië, aan de hand van enkele teksten die op allerlei manieren tot leven worden gebracht. Potocarero slaagt erin ‘Une saison en enfer’ te beleven en te laten beleven zonder het ‘te veel aan opsmuk’ dat zijn vorige boek nog bevatte. De sobere, sombere wereld van de woestijn rondom Harar waarin de erotiek gedempt doorklinkt, biedt heel wat meer doorleefdheid dan ‘ Het anagram’ dat de auteur in zijn vorige boek van de wereld gaf. In ‘Door de naamloze vlakte’ wordt aan die wereld pas echt naam gegeven. Na zijn opmerkenswaardig debuut heeft Portocarero een meer dan waardig ‘vervolg’ geschreven. (NBD\Biblion, Aldert Waldrecht)

Ethiopië, ongekend anders (2013)

ethiopieongekend-anders

Flaptekst: Ethiopië heeft een zeer afwisselende natuur. Er zijn veertien Nationale parken te vinden. U treft er watervallen, vulkanen, bergen, zoutmeren, warmwaterbronnen en ravijnen aan. Maar ook vindt u in de stad Harar 99 moskeeën. Deze moskeeën vertegenwoordigen de 99 namen van Allah. Dus zeker niet eenzijdig.

Ethiopië, ongekend anders!, is een boek voor lezers en reizigers die meer willen weten over het land Ethiopië. De auteur neemt u mee naar bijzondere plekken en interessante bevolkingsgroepen. Laat u kennismaken met tradities, volksverhalen, legenden en spreekwoorden. Samen met haar man, een verdienstelijk fotograaf en hun gezamenlijke Ethiopische vriend die de terreinwagen bestuurt, reist zij door het land. Maak kennis met tradities, volksverhalen, legenden en spreekwoorden. De Danakil-Depressie met onder andere Dalol en de zoutvlaktes worden bezocht waar ze opnieuw kennismaken met de Afar. Ze reizen door de Riftvallei met zijn bijzondere meren, bezoeken de eeuwenoude stad Harrar met zijn kleurrijke bevolking. Het Tanameer wordt bevaren en de interessante eilanden bezocht. Er wordt een beeld gegeven van de veelzijdigheid van de kerken in Lalibela en ze vertelt over Aksum. Ook zijn ze te gast bij meerdere bevolkingsgroepen waaronder De Surma, de Nuer, de Rastafari’s, de Hamar, de Konso en de Dorze.

Titel: Ethiopië, ongekend anders – Auteur: Ine Andreoli – Uitgever: Mosae Mondo, 2013 – ISBN: 978 90 8666 2951

Recensie: Ethiopië is een land met een rijke geschiedenis en een grote diversiteit aan landschappen, volken en culturen. Deze aspecten komen in het boek aan de orde. De schrijfster en haar man hebben van 1967 tot 1970 in Ethiopië gewerkt en zijn er vanaf 2003 een aantal malen teruggekeerd. Tijdens deze reis hebben ze het land doorkruist. Van de vele kleurenfoto’s die er zijn gemaakt, zijn er helaas maar zestien in het boek terechtgekomen. Ethiopië is van oudsher een christelijk land, met overigens grote minderheden aan moslims en aanhangers van natuurgodsdiensten. De christelijke Amharen hebben eeuwenlang de dienst uitgemaakt en het Amhaars is de officiële taal. De auteur schenkt veel aandacht aan kerken. De opgenomen fabels, mythen en legenden zijn merendeels van Amhaarse oorsprong. Het boek eindigt met algemene gegevens over Ethiopië, een chronologisch overzicht van historische gebeurtenissen en een verklarende woordenlijst. (NBD\Biblion, Drs. J. van der Meulen)

De drums van Timkat

De drums van Timkat

Flaptekst: Ethiopië: het land van de verbrande gezichten. Een land waar meer dan tachtig verschillende bevolkingsgroepen wonen die allemaal hun eigen cultuur, gewoontes en tradities hebben.

De reis begon in het Noorden met een busreis van Addis Ababa naar Bahir Dar aan het Tanameer waar schitterende kloosterkerken op eilandjes zijn gebouwd en de watervallen van de Blauwe Nijl voor rokend water zorgen. Ada en Jan reisden verder naar Gondar waar ze genoten van het bruisende Timkat festival en het Simien National Park waar vriendelijk Gelada-apen nieuwsgierig naar mensen kijken. De rotskerken van Lalibela werden bezocht om vervolgens verder te reizen naar Axum, dicht bij de grens met Eritrea. Het Zuiden met zijn kleurrijke bevolking in de Omovallei waar de de reiziger het gevoel krijgt terug in de tijd te stappen. De Konso mensen met hun eeuwenoude manier van landbouw en de vriendelijke Hamar mensen met hun heftige tradities. Mursi vrouwen die zo opvallen met grote kleischotels in hun onderlippen. De Key Afar markt waar Bena vrouwen een halve kalebas als hoofddeksel dragen en stoere Bena mannen gekleed gaan in strakke rokjes.

Ethiopië: een land met een rijk verleden, een boeiend heden en een trotse bevolking.

Titel: De drums van Timkat – Een reis door Ethiopië – Auteur: Ada Rosman-Kleinjan – Uitgever: Wombat reisboeken – ISBN: 978 90 802968 0 0

Recensie: De vakantiereis van ongeveer een maand begint in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Met het openbaar vervoer (bus en vliegtuig) reist Ada Rosman-Kleinjan met haar man naar het noorden. Daar wonen zij het Timkatfeest (de jaarlijkse herdenking van Jezus doop door Johannes de Doper) bij en bezoeken er onder meer de in rotsen uitgehouwen kerken. Weer terug naar Addis Abeba huren ze een auto met chauffeur/gids voor de reis naar het zuiden. Een aantal van de vele volken die Ethiopië herbergt, wordt bezocht, alsmede een paar natuurparken. Alles met verplichte hulp van lokale gidsen. Rosman-Kleinjan heeft veel aandacht voor de gewoontes, de klederdrachten en de soms bizarre lichaamsversiering die zij in de dorpen aantreft. In 26 korte hoofdstukken, die niet veel meer zijn dan dagboekaantekeningen, wordt verslag gedaan van de reis. Van de vele honderden foto’s in kleur die zij schoten, zijn er slechts 24 in het boek opgenomen. (NBD\Biblion)

Veertigduizend engelen (2010)

Veertigduizend engelen

Flaptekst: In Veertigduizend engelen beschrijft Jan Boonstra een rondreis door Ethiopië. Een onderdompeling is een vreemde cultuur, een magisch land vol wonderen. Vanaf de eerste bladzijde is het duidelijk dat de fascinatie van Jan Boonstra is gelegen in zijn ontmoetingen met de plaatselijke bevolking. Intrigerende foto’s versterken het verhaal van de bewoners van het religieuze noorden en de stammen in het zuiden. Ethiopië zal nog hoger op het verlanglijstje van menig globetrotter komen te staan na het lezen van dit vlot geschreven reisverslag.

Veertigduizend engelen is een prachtig weerzien voor wie in Ethiopië is geweest en is informatief voor wie nog wil gaan. Het boek bevat een katern met kleurenfoto’s dat vooral de plaatselijke bevolking in het eigen alledaagse Ethiopië toont.

Titel: Veertigduizend engelen, een rondreis door Ethiopië – Auteur: Jan Boonstra – Uitgever: kleine Uil, 2010 – ISBN: 978 90 7748796 9

Recensie: In dit reisverslag beschrijft en fotografeert de auteur de rondreis die hij door Ethiopië maakte. Het boek is verdeeld in twee delen, het noorden (elf hoofdstukken) en het zuiden (dertien hoofdstukken), en eindigt met een korte literatuurlijst. In het midden een katern met enkele tientallen kleurenfoto’s. Verder aan het begin van elk hoofdstuk een zwart-wit foto. De auteur is docent Engels aan de Hanzehogeschool Groningen. Een informatief geschreven verslag van een culturele reis door Ethiopië. Aan degenen die zich nog beramen om naar Ethiopië te gaan, kan dit boek een indruk geven van de cultuur, de religie en de bewoners van Ethiopië. (NBD\Biblion/Babette Hagedoren)

Anders dan Afrika (2011)

Anders dan Afrika

Flaptekst: Terwijl het immense continent Afrika werd verdeeld onder de koloniale machten bleef Ethiopië een onafhankelijk keizerrijk met een sterke identiteit. Rondreizend ontrafelt Karin Anema wat dit land zo anders maakt. Ze reist naar de verste uithoeken en ervaart uitzonderlijke gastvrijheid maar wordt ook geconfronteerd met wreedheden als kinderroof en vrouwenbesnijdenis. Ontheemding is een centraal thema in Anema’s ontmoetingen, zoals die met de Ethiopische joden die ze tot in Israël volgt. Levens worden getekend door diepgewortelde politieke onvrijheid. De reis eindigt bij het onafhankelijke Afar-volk waar het miljoen jaren oude skelet Lucy werd gevonden. In het nomadische leven van de Afar is geen plaats voor bezit, het wordt gekenmerkt door onvoorwaardelijke kameraadschap en solidariteit.

Titel: Anders dan Afrika, een reis naar het hart van Ethiopië – Auteur: Karin Anema – Uitgever: Atlas, 2011 – ISBN: 978 90 450 1616 0

Recensie: De auteur reist door Ethiopië in Afrika. Ethiopië is nooit gekoloniseerd geweest, maar haar bevolking heeft door de eeuwen heen nauwelijks haar stem kunnen laten horen vanwege onderdrukking door haar leiders. Ondanks de onvrijheid voelen de bewoners zich uniek, misschien wel meer verbonden met het Midden-Oosten dan met Afrika. Het wordt een reis naar alle uithoeken van Ethiopië – naar het hart van Ethiopië – waarbij ontmoetingen met Ethiopische joden en het Afar-volk een grote plek innemen. De auteur is naast schrijfster ook wetenschapsjournaliste. Anema heeft al vele publicatie op haar naam staan o.a. ‘De groeten aan de koningin’* en ‘De laatste grens’** (genomineerd voor de Bob den Uyl prijs). Met landkaart, verklarende woordenlijst en een dertigtal mooie kleurenfoto’s in het middenkatern. Zowel de cultuurliefhebber als de reiziger komen aan hun trekken bij het lezen van dit boek: de auteur neemt je mee op reis door dit bijzondere land en verweeft informatie met reiservaringen op een prettig leesbare manier. NBD\Biblion, Babette Hagedoren)

Doeriejeeh (1981)

Doeriejeeh 1

Samenvatting: Doeriejeeh, betekent: straatjongen en is voor de Ethiopische Adane altijd een eretitel geweest. Maar hij komt erdoor in moeilijkheden tijdens het Revolutionaire bewind. Twee partijen proberen hem te gebruiken. Voor Adane krijgt zijn worsteling om in leven te blijven een dubbele betekenis. Vooral als blijkt dat hij het mooie meisje, Zehai niet meer kan vertrouwen.

Titel: Doeriejeeh – Auteur: Elly van Wijnen – Uitgever: Leopold, 1981 ISBN: 90 258 4783 8

Recensie: Adane, een 18 jarige Ethiopische jongen (doeriejeeh) is er niet vies van hier en daar iets weg te pikken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Geleidelijk aan ontdekt hij hoe corrupt zijn omgeving is. Het Revolutionaire bewind probeert zijn positie te versterken, Oostbloklanden proberen het communisme in te voeren. Ook zijn er verschillende bevrijdingsbewegingen. Adane voelt zich bekneld tussen twee stromingen. Op grove wijze wordt hij gedwongen keuze te maken. Hij neemt slimme, maar er drastische maatregelen om aan een beslissing te ontkomen. Schrijfster is zelf bij de Ethiopische revolutie betrokken geweest en geeft van binnen uit een heel realistische weergave van de situatie. Het is een boeiend verhaal, volwassen van stijl (vooral in dialogen) voor jongeren die van geëngageerde boeken houden. Ook zeer geschikt als gespreksstof. Biblion recensie, C .Zonnenberg-Benerink) 

Lalibela, bedevaartsoord

Lalibela heeft de officiële status van bedevaartsoord, erkend door de orthodoxe Ethiopische Kerk. Vele pelgrims, priesters en gelovigen komen naar de ondergrondse kerken, elf kerken liggen verborgen op drie locaties in de heuvels van het stadje, om de heilige route af te leggen. 

Injerra, het hoofdbestanddeel van iedere maaltijd

De basis van elke Ethiopische maaltijd is de injerra, een grote, licht zurige, grauwkleurige pannenkoek. Het wordt gemaakt van teff, een graansoort die in Ethiopië wordt verbouwd. Het teff-meel wordt vermengd met gist en water zodat een beslag ontstaat. Dit blijft uren, soms enkele dagen, staan om daarna gebakken te worden.

ethennischethennisch1ethennisch2

‘Onze’ Ethennisch deed het altijd op een speciale manier: Ze plaatste een grote platte schaal van klei, die ze ingesmeerd had met kamelenboter, op een open houtvuurtje. Het beslag zat in een grote bak of emmer en met een oud conservenblik werd de juiste hoeveelheid gemeten. Ze ging in haar typische gehurkte houding voor het vuur zitten. Het conservenblik werd opgepakt en boven haar hoofd geheven en ze begon van buiten naar binnen spiraalsgewijs te schenken, ondertussen zakte haar hand naar beneden, totdat de plaat geheel bedekt was.

ethennisch3ethennisch4injerra

De injerra moest er een worden met veel blaasjes en bobbeltjes want dan was de kwaliteit optimaal volgens haar. Ze bakte een tot twee keer in de week. Als we flinke rookpluimen in onze achtertuin zagen wisten we dat er een nieuwe voorraad injerra in aantocht was. Foto’s: ©Lou Andreoli (1968)

Koffieceremonie

De koffieceremonie is een belangrijke sociale en culturele traditie in Ethiopië en wordt uitgevoerd met rituele ceremonies. 

Volwassen leden van de familie, buren en andere gasten nemen plaats rond de plek waar de koffie gezet gaat worden, meestal in de hut/woning of vlak ernaast. Op de vloer wordt vers gesneden gras gestrooid, soms met kleine gekleurde bloemen erop om het geheel nog aantrekkelijker te maken. De gastvrouw, die gekleed gaat in traditionele kleding, zit op een berchuma (typisch Ethiopisch krukje met drie poten) bij een vuurtje. Dit kan een open houtvuurtje zijn maar de laatste jaren wordt er steeds meer gebruik gemaakt van houtskoolbranders. Allereerst worden de koffiebonen gewassen en gedroogd. Ondertussen is een platte schaal op het vuurtje al voorverwarmd zodat de bonen gebrand kunnen worden. De gastvrouw roert en schudt de bonen totdat ze zwart en glanzend zijn. Ernaast, op een tweede vuurtje, staat een wierookpotje te branden dat ervoor zorgt dat beide geuren, de koffie en de wierook zich vermengen. De opstijgende, geurende rookwalmen hebben de functie om God te eren.

De gastvrouw gaat met de schaal, waarop de gebrande koffiebonen liggen, langs de gasten, die met hun handen bewegend de geur naar zich toehalen en opsnuiven. Er wordt popcorn rondgedeeld en de jebena, een zwart koffiepotje gemaakt van klei met een ronde bodem en een tuit in het midden, wordt gevuld met water en op het vuur gezet.

Ondertussen worden de bonen met een vijzel fijngestampt. Als het water kookt worden de fijngestampte koffiebonen met kleine hoeveelheden, beetje voor beetje, in de nauwe opening aan de bovenkant van het koffiepotje gedaan. De sini’s, kleine Chinese mokjes staan al klaar op een soort dienblad met pootjes waar ook het suikerpotje en de lepeltjes staan. Als de koffie voldoende getrokken is tilt de gastvrouw de jebena op en schenkt de koffie van grote hoogte in de mokjes. Behalve dat het een leuk gezicht is, gebeurt het vakkundig en gaat er geen druppel verloren.

Volgens traditie zijn er drie rondes. De awol, de eerste ronde waarbij de oudere of belangrijke personen als eerste koffie krijgen. Daarna volgen de andere volwassenen. Kinderen krijgen geen koffie maar snoepen van de popcorn. Het bakje uit de eerste ronde is sterk. De tweede ronde, tona genaamd, is afgeleid van het Arabische tani, dat tweede betekent. De koffie is minder sterk. Het laatste brouwsel, in de derde ronde, wordt baraka genoemd en is, doordat er steeds water aan de oorspronkelijke koffie wordt toegevoegd, een slap aftreksel. Bakara betekent ‘zegening’. Als de ceremonie voorbij is zegenen de oujebenaderen de woning en gaat ieder zijn eigen weg.

De Ethiopiërs gebruiken de ceremonie, die enkele uren kan duren, om tot rust te komen en nieuwtjes uit te wisselen. De ceremonie is ook bedoeld als welkom voor onverwachte bezoekers.

Als je een uitnodiging krijgt, altijd doen, het is een belevenis. Maar zorg dat je de tijd hebt want vroegtijdig opstappen, dus voordat je je derde kopje gedronken hebt is zeer onbeleefd.

In Ethiopië zijn buna bets (koffiehuizen) te vinden waar de geurige koffie de gehele dag door gedronken kan worden.