Verhalen en foto’s: 1967-1970

Injerra, het hoofdbestandeel van elke maaltijd

Het hoofdbestanddeel van de traditionele maaltijd is de injerra, een licht zurige, sponsachtige grote pannenkoek. De pannenkoek wordt gemaakt van plaatselijk graan tef genaamd. Tef wordt hoofdzakelijk in Ethiopië verbouwd. Het is een van de sterkere graansoorten die goed bestand is tegen klimaatschommelingen. Daarbij is de voedingswaarden groot en heeft het een hoog eiwitgehalte. Het tefmeel wordt vermengd met gist en water zodat een beslag ontstaat. Dit blijft uren, soms enkele dagen, staan om daarna gebakken te worden.

ethennisch.4

Onze’ Ethennisch deed het altijd op een speciale manier: Ze plaatste een grote platte schaal van klei, die ze ingesmeerd had met kamelenboter, op een open houtvuurtje.

ethennisch.5Het beslag zat in een grote bak of emmer en met een oud conservenblik werd de juiste hoeveelheid gemeten.ethennisch.3Ze ging in haar typische gehurkte houding voor het vuur zitten. Het conservenblik werd opgepakt en boven haar hoofd geheven en ze begon van buiten naar binnen spiraalsgewijs te schenken, ondertussen zakte haar hand naar beneden, totdat de plaat geheel bedekt was.ethennisch.2Deksel erop…even wachten!!ethennisch.1Bijna klaar!injerraDe injerra moest er een worden met veel blaasjes en bobbeltjes want dan was de kwaliteit optimaal volgens haar. Ze bakte een tot twee keer in de week. Als we flinke rookpluimen in onze achtertuin zagen wisten we dat er een nieuwe voorraad injerra in aantocht was. Foto’s: ©Lou Andreoli (1968)

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Eerbetoon voor keizer Haile Selassie

1

Op 10 februari wordt er een standbeeld van keizer Haile Selassie onthuld, als erkenning voor zijn bijdrage aan de eenheid van Afrika. Het beeld zal een plaats krijgen in het hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie in Addis Ababa. (Foto uit 1968 toen Haile Selassie een bezoek bracht (samen met zijn hondje Lulu) aan Metahara Sugar Factory

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Lou met collega in de watertoren

Lou kwam tijdens zijn werk naar huis om zijn zwembroek aan te trekken. Een vreemde zaak, wat was er aan de hand? Er bleek iets met de watertoren te zijn! De watertoren was een van de belangrijkste voorzieningen op de onderneming. Naast het gewone drinkwater was er ook een extra voorziening voor ‘kinderwater’ er zat namelijk van nature veel fluor in het drinkwater en dat kan op den duur schadelijk zijn voor de gezondheid. Fluor bindt zich namelijk in het lichaam aan de kalk die in de beenderen en tanden zit zodat die heel hard en bros worden. Vooral bij opgroeiende kinderen waar botten en tanden nog groeien, krijgt het teveel aan fluor een kans. Meestal zie je dit het eerste aan de gele en bruine vlekken die op het definitieve gebit verschijnen. Om dit dus te voorkomen was er speciaal water dat door zwangere vrouwen en kinderen gebruikt werd. Er waren een paar kranen op de onderneming waaruit we dit water konden tappen.

Eigenlijk hadden we drie verschillende soorten water. Het water uit de kraan voor dagelijks gebruik en het kinderwater, daarbij kwam nog het water dat we gebruikten voor de tuin. Het laatste kwam rechtstreeks uit de Awash rivier.

7

Maar waarom kwam Lou thuis om zijn zwembroek aan te trekken? Er was iets mis met de vlotterindicatie van de watertoren. Deze gaf geen goede indicatie. Hij gaf aan dat hij leeg was terwijl er genoeg water in zat, dus daar moest wat aan gedaan worden. Het werd operatie:  ‘watertoren zwemmen’ om de vlotter te repareren. Het gebeurd natuurlijk niet iedere dag dat je man in de watertoren gaat rondzwemmen. Vanuit ons huis kon je de toren zien. Ik heb de verrekijker gepakt en zittend in het raamkozijn heb ik geprobeerd de operatie te volgen. Het geheel was niet zonder gevaar want in de toren kunnen zich dampen verzamelen die je in ademnood kunnen brengen. Vanwege de veiligheid waren ze met zijn tweeën. Het was toch wel even spannend, ik zag hem de watertoren beklimmen waarna hij erin verdween en ik het niet meer kon volgen. Maar na enige tijd klom hij gelukkig er weer heelhuids uit. Die dag heeft de onderneming water gedronken met een Andreoli smaakje eraan. Maar indicator gaf weer goed aan!

(Fragment uit: ‘Het land van de verbrande gezichten – Ethiopië, een belevenis)

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Kippen en eieren kopen

Op de onderneming kwam met enige regelmaat een Ethiopiër die kippen verkocht. Hij vervoerde de ‘levende’ kippen hangend over zijn schouder. Om de poten van iedere doro (kip) zat een touwtje en deze touwtjes zaten weer bevestigd aan het grote touw wat hij over zijn rug liet hangen. Het resultaat …een grote bos kakelende kippen op zijn rug.

1967 ©Lou Andreoli

Als hij ons erf op liep en zag dat er belangstelling was tot kopen dan ging de kippenbos, met veel gefladder en gekakel, met een grote zwaai van zijn schouder. Ethennisch was degene die de koop voor mij aanging. Ze bevoelde de kippen met een ernstig gezicht op een vakkundige manier, tenminste zo zag het er uit. En na lang beraad met veel gepraat tussen de koopman en Ethennisch werd de keus gemaakt.

De ‘doro‘ werd mee naar achteren genomen en door Kebude (tuinboy) geslacht; met een slag had zij geen kop meer!! Daarna nam Ethennisch het weer over. Ze ging dan gehurkt zitten, zodanig dat haar billen op haar hielen rusten, haar rok werd dan tussen haar benen naar achteren gehaald. Een karakteristieke houding. Op deze manier kon ze uren zitten.  De kip werd geplukt, gewassen en in stukken gesneden waarna zij de diepvries in ging.

img016

Eieren kopen gebeurde ook op het erf.  We kochten altijd van dezelfde koopman, maar niet voordat ze op een speciale manier waren gekeurd. Er werd een emmer met woha (water) gevuld en daar werden ze een voor een voorzichtig ingelegd. De eieren die op de bodem bleven liggen waren oké maar die gingen drijven waren bedorven. Deze gingen weer terug in de koopmand. Het was altijd een hele happening, alles ging in een kass-kass (langzaam) tempo en ondertussen werden er door Ethennisch en de koopman de wekelijkse nieuwtjes uitgewisseld.

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Zoon geboren (1968)

Veertien dagen voor ik uitgeteld was ben ik naar Wonji gegaan. Dit was uit voorzorg omdat er nog geen goede medische voorzieningen waren op Metahara. Wonji had een hospitaaltje waar ik zou verblijven als de bevalling begon. Ondertussen logeerde ik in het guesthouse. In de weekends, vrijdagsavonds laat, kwam Lou vanuit Metahara naar Wonji . Op maandagochtend ging hij dan weer terug. Zo zou het ook de bewuste maandagochtend gaan, de bus vertrok om zes uur. Omstreeks een uur of vijf begon er bij mij wat te rommelen. Het waren volgens mij weeën, dus zei ik: ‘Ga maar niet, blijf maar mooi hier’.

Onze zoon Guy werd ’s avonds rond half zeven geboren!

wonji

Nog even op de foto met het verplegende personeel en de chauffeur die ons naar huis zal brengen. ©

Na vijf dagen mochten wij naar huis. Guy in zijn reiswieg, bedekt met linnen doeken om hem te beschermen tegen het stof.  Het stof van de wegen was net meel. Het was zo fijn dat het overal doorheen ging. Voor mij was er een rubberen ring waar ik op kon zitten, deze moest de schokken van de slechte weg zoveel mogelijk opvangen. Er waren nog maar weinig wegen geasfalteerd.

3

Toen wij bij ons huis in Metahara aankwamen was het daar een drukte van belang. Iedereen stond ons op te wachten. Er was door iemand ‘Kandeel’, een oud Nederlandse geboortedrank gemaakt, dus dat werd proosten. In huis stonden ontelbare wierookstokjes te branden, daar had Ethennisch voor gezorgd. De rook moest zorgen dat de boze geesten op de vlucht sloegen.

En zo werd de kleine Guy door twee culturen verwelkomd!!                                  

(Het volledige verhaal is te lezen in mijn boek: ‘Het land van de verbrande gezichten’)

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Eindelijk naar Metahara (1967)

Eindelijk kon ik mee naar Metahara; er waren ondertussen enkele huizen bewoonbaar. Het was een tijdelijk huis want deze huizen waren in de toekomst bedoeld voor de Ethiopische arbeiders. 

2

De kist met onze huisraad en andere spullen was ook aangekomen. Lou moest hem inklaren bij de douane en zoals gebruikelijk, de desbetreffende mensen onder tafel wat geld toeschuiven. Door deze handeling werd de kist niet geopend en gecontroleerd!! 

De kist (10 kubieke meter) werd op een truck voorgereden, neergezet in de tuin en geopend met een koevoet.  Het eerste wat eruit kwam of eigenlijk viel was een houten kinderklompje. Een grote stevige Ethiopiër pakte het op en bracht het dragend op twee handen naar mij. Ik was te laat voor een foto. Het zou een mooi plaatje geworden zijn. De verdere inhoud van de kist volgde al gauw. Er was niets gebroken of beschadigd ondanks de lange afgelegde reis. 

Verhalen en foto’s: 1967-1970

Een vreemde vogel (1967)

het-land-van-de-verbrande-gezichtenTerwijl ik op het kleine terrasje (eerste huisje in Shoa) probeerde te genieten van mijn koffie, moest nog wel even wennen aan de Ethiopische smaak, en genoot van de prachtige gekleurde vogels die rond vlogen, werd ik opgeschrikt door een enorme herrie. Er klonk gerinkel van metaal, tromgeroffel en een vreselijk ongecontroleerd geschreeuw. Dit alles werd veroorzaakt door een man die tot overmaat van ramp bleef stilstaan voor het terrasje. Hij was nauwelijks gekleed, en wat hij om had was zo vies dat je de oorspronkelijke kleur niet meer kon herkennen. Om zijn buik zat een band waaraan een trommel hing en om zijn enkels zaten ijzeren voorwerpen, die als hij zijn voeten verzette een vreselijk geluid voortbrachten. Voor dat ik het in de gaten had liep hij het terrasje op en begon om mij heen te hossen en te springen. Ondertussen keek hij met wild ronddraaiende ogen naar mij en schreeuwde allerlei onverstaanbare woorden. Het was wel een griezelige vertoning maar ‘echt’ bang was ik niet. Ik wilde net naar binnen gaan, ik wist op dat moment nog geen raad met een dergelijke verschijning, toen Etennisch naar buiten kwam. Zoals gewoonlijk lachte ze en maakte mij duidelijk dat de man geestelijk niet in orde was. Hij probeerde op deze manier aandacht te krijgen en daardoor aan sigaretten te komen. Hij had mazzel; toen rookte ik nog. Ik pakte het pakje wat voor mij op tafel lag, wat hij natuurlijk al lang gezien had, en pakte er een paar sigaretten uit maar Ettennisch stak daar een stokje voor. Aydelem, aydelem (nee,nee) eentje is genoeg. Achteraf begreep ik waarom want de volgende dag was hij er weer. Hij bleef iedere dag zolang ik in Shoa woonde zijn dagelijkse sigaretje bij mij ophalen!!