Bevolkingsgroep: Suri

Suri-man

Vroeger liep men naakt maar ooit heeft de regering bevolen om de naaktheid te bedekken. De Suri bedekken zich nu met doeken veelal in de kleur blauw. Deze man heeft zijn Donga, een lange buigzame stok met aan de top een fallussymbool, bij zich. De stok wordt gebruikt bij een jaarlijks ritueel Donga of Sanqunay. Het een op een gevecht wordt ‘hard’ gespeeld! Het wordt doorgaans na de oogst gehouden, zodat de mannen tijd hebben om te herstellen van eventuele wonden.

Kerkelijke voorwerpen

Kerktrommels

6

15

De kabaro’s, kerktrommels, hebben een ovaal lichaam en zijn aan één of twee kanten met dierenhuid overtrokken. Vaak zijn ze met zilver of andere kostbare materialen versierd. Ze worden met behulp van een riem gedragen en met de vlakke hand bespeeld. Met korte slagen geeft de trommelaar het ritme van de religieuze gezangen aan. Ook worden processies begeleid door tromgeroffel.

Manuscripten, Bijbels en Kronen

 Oude kronen

Op het terrein van de Maryam Tsyon Kathedraal, waar ook de kapel staat waar de Ark des Verbonds wordt bewaard, laat een priester ons kostbare oude voorwerpen zien, waaronder deze oude kronen. Tijdens belangrijke kerkelijke ceremoniën is het hoofd van de priesters bedekt met een kroon. Deze oude kostbaarheden zijn meestal geschonken door belangrijke personen, zoals koningen en prinsen. Het was gebruikelijk om na de dood de kroon te schenken aan de kerk waarmee zij verbonden waren. De kronen verschillen onderling van vorm en materiaal. Een en ander was afhankelijk van het vermogen van de schenker. Het was de bedoeling dat deze oude kronen naar een museum zouden gaan…hopelijk is dit gebeurd!

Debre Dabo

Het klooster Debro Dabo

1

Het klooster Debre Damo ligt op 2200 meter hoogte op een plateau met onbeklimbare steile rotswanden; het wordt bewoond door monniken en leerlingen. Behalve het klooster zijn er enkele hutten en twee kerken, waarvan gezegd wordt dat een van de twee, de oudste ongeschonden kerk van Ethiopië is (achtste eeuw).

Volgens overlevering zou het klooster gesticht zijn door Abuna (bisschop) Za Mikaël Aragawi, die in het begin van de zesde eeuw vanuit Syrië naar Ethiopië was gekomen. Hij behoorde tot een rijke koninklijke familie. Op veertienjarige leeftijd werd hij monnik in Egypte en kwam na vele omzwervingen uiteindelijk in Ethiopië terecht, waar hij op de amba (steile platte rots) zijn klooster stichtte. Volgens de legende zou de monnik via een enorme grote python die op bevel van God zich uitstrekte vanaf de rots omhoog zijn geklommen . In het verleden woonden hier duizenden monniken. Aan de voet van de rots leefden vele nonnen dit in navolging van de moeder van Aragawi. Zij was non geworden nadat zij door haar zoon onder aan de amba was achtergelaten. De plaats kreeg daardoor de naam Bet Elem (huis van de moeder). Nu schijnen er nog ongeveer tachtig tot honderd monniken en leerlingen te wonen. De monniken leven in hutjes en holen die uitgehakt zijn in de rotsen. Ze leven in volledige afzondering en worden door de gelovige in de omgeving van voedsel voorzien. Dit wordt in manden naar boven gehesen

13

14

15

Bezoekers kunnen, met gebruik van een leren koord dat door de monniken naar beneden wordt gegooid, langs de steile wanden naar boven klimmen. Het koord staat symbool voor de slang die zich uitstrekte voor Abuna Aragawi.

Ieder jaar op 24 oktober komen pelgrims overal vandaan om de berg en het klooster te bezoeken.

Vrouwen zijn niet welkom in het klooster. Zij vieren het feest op de berg.