Nationale en religieuze feestdagen

Irreechaa-Oromo-festival

Als de regentijd voorbij is, komen tienduizenden Oromo’s bij elkaar voor Irreechaa, een festival dat het einde van de winter en het begin van de lente viert.

In de plaats Bishoftu, (Debre Zeit), betekenis in de Oromo taal ‘het land vol water’, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Addis Ababa wordt het gevierd. Men gaat zingend en dansend in optocht naar Lake Hora Arsadij waar de ceremonie plaatsvindt. Aan de oevers wordt ritueel, met gebruik van het water, de zegen aan de pelgrims gegeven. Het water brengt hen dichter bij God, bekend als Waaqa. Het festival wordt ieder jaar gehouden, het is het symbool van de dageraad van een nieuw seizoen, een nieuw begin, een tijd van oogsten en een tijd van overgang van donker naar licht. De bevolkingsgroep neemt deze dag zeer serieus; ze hebben naast het christendom of de islam hun traditionele geloof behouden. Oromo’s uit alle hoeken van het land nemen dan ook deel.

Vele generaties hebben dit ritueel doorgegeven ondanks dat door vorige regimes tientallen jaren verboden was. Men was bang dat het een forum zou worden waar de Oromo’s hun eventuele, afwijkende mening konden vormen.

De door mij geschreven boeken

Ethiopië, Betam konjo!

2

Beschrijving, zoals op de achterkant van het boek

Na 33 jaar zet de auteur samen met haar man en vrienden weer voet op Ethiopische bodem. Ze reizen door het noorden en het zuiden van het veelzijdige land. Er wordt opnieuw kennisgemaakt met ‘Het land van de verbrande gezichten’. In het noorden varen ze op het Tanameer en bezoeken het eiland Zeghe, ze bewonderen de Tis Isat, lopen rond in de Koningsstad in Gondar en zijn onder de indruk van de serafijnenkopjes in de Debre Birhan Selassie kerk, nemen een kijkje bij de Falasha’s en spotten de Geladababoon, de Walia ibex en de Simienfox in het Simien National Park. In Aksum worden het Stèleveld, de Maryam Tsyson Kathedraal en meer bekende en onbekende bezienswaardigheden bekeken. Het Debre Damo klooster wordt aangedaan; de rotskerken in Tigré bekeken en ze begeven zich in de mysterieuze sfeer van het ‘achtste wereldwonder’ in Lalibela. In het zuiden is het genieten op en om de meren met de prachtige vogels, krokodillen en nijlpaarden. Daarnaast worden verschillende bevolkingsgroepen en stammen met een bezoekje vereerd, zoals: Rastafari, Sidama, Borana, Konso, Hamar, Banna, Mursi, Dorze enzovoort. Ook worden herinneringen opgehaald; zij bezoeken de Metahara Sugar Factory en omgeving, waaronder het Awash National Park, en maken opnieuw kennis met de bevolkingsgroep Afar. Betam konjo is de herziene druk van het eerder verschenen boek Konjo Nö! Het verhaal is aangepast en uitgebreid en de informatie is vernieuwd en geactualiseerd. Betam konjo is een boek voor reizigers die graag lezen en voor lezers die graag reizen, maar ook voor lezers die meer willen weten over het oeroude land Ethiopië. Het is een compleet geheel en bevat: een interessant en boeiend reisverhaal, uitgediepte thema’s, achterliggende geschiedenis en legenden, beschrijvingen van volkeren, weetjes, praktische informatie en tips.

 Ine Andreoli publiceert (reis)boeken en artikelen over Afrika.

♥(NBD/Biblion): De auteur die van 1967-1970 vanwege haar mans werk in Ethiopië woonde, bleef altijd verlangen naar Ethiopië, maar bezoekt het land pas weer begin 21ste eeuw. Haar latere belevenissen tekent zij op in het boek ‘Konjo Nö! Ethiopië, een belevenis’ (2004). Inmiddels is dit boek herzien en kan de lezer genieten van een herziene versie ‘Betam konjo’ (=’heel mooi’): het verhaal is uitgebreid en aangepast en de informatie geactualiseerd. De auteur neemt je in haar reisverslag mee naar diverse steden, dorpen, nationale parken, culturele pracht en gastvriendelijkheid en bezoekt ook nog haar vroegere woonomgeving. En passant krijgt de lezer veel interessante informatie over de bonte mengeling van volkeren, de natuurpracht, gewoontes, gebruiken en geloof. Ongeveer dertig kleurenfoto’s, een kaart en bijna vijftig pagina’s met wetenswaardigheden, tips en praktische informatie completeren dit boek. De auteur schreef talloze boeken, waaronder diverse boeken over Ethiopië. Een prettig leesbaar reisverslag, informatief en interessant voor degenen die het willen bezoeken of die in het land geïnteresseerd zijn, maar zeker ook voor degenen die al in Ethiopië geweest zijn.

Titel: Ethiopië, Betam Konjo – Auteur: Ine Andreoli – Uitgever: Mosae Mondo Maastricht 1918 – ISBN: 978 90 8666 392 7 – E-book: 97890 8666 397 2

Nationale en religieuze feestdagen

Maskal, het feest van vreugde en bezieling

Maskal of Meskel wordt gevierd op 27 september. Het is een feest van vreugde en bezieling, een mengeling van folklore en religie. Tijdens het Maskal-feest wordt herdacht dat de heilige Helena tijdens haar bedevaart naar Jeruzalem het ware kruis van Jezus terugvond. Overal in het land wordt na zonsondergang de zogenaamde Maskal-bundels, droge houtbossen, ontstoken zodat er grote vreugdevuren ontstaan. Er wordt gezongen en gedanst. Als het vuur uitgebrand is, proberen de aanwezigen iets van het overgebleven as te bemachtigen waaraan zij genezende krachten toeschrijven. De bevolking viert ook het einde van de regentijd, die voorspoed en overdadige oogsten zou moeten brengen, dus nieuwe levenskansen.

h-helena

Heilige Helena. Bron: Joachim Schafer – Oecumenische Heilige lexicon

Het godsdienstige facet van de viering heeft plaats gevonden tijdens de pelgrimstocht van koningin Helena, moeder van de eerste Christen-keizer van Rome, Constantijn de Eerste. Hij had haar in 326 na Christus op bedevaart gestuurd naar het Heilige Land. Daar bezocht ze alle heilige plaatsen, o.a. de berg Golgotha, waar de Verlosser was gekruisigd. Het bewuste kruis was op deze berg begraven, maar niemand had het ooit kunnen vinden. Helena liet op de berg een vuur ontsteken voor de bisschoppen, die ook naar Jeruzalem waren afgereisd. Ze deed dit om de Verlossing door te kunnen geven en te vieren. De rook trok in eerste instantie recht omhoog maar sloeg daarna in een grote boog terug naar de aarde. Op de plek waar de rookpluim de aarde raakte, bleek, volgens de legende, het kruis van Golgotha begraven te zijn. Het kruis werd in stukken verdeeld over de grote patriarchaten van het christendom in die tijd: Rome, Constantinopel, Antiochië en Alexandrië. Het kruisdeel van Alexandrië kwam volgens de legende, opgetekend in het heilige boek, in de Middeleeuwen naar Ethiopië. De Ethiopische keizer Dawit 1 was in 1381 met een groot leger zijn Egyptische geloofsgenoten te hulp gekomen tijdens hun vervolging door de moslims. Daardoor kwam de gevangen genomen patriarch van Alexandrië weer vrij en als dank mocht Dawit goud, zilver en vele duizenden geldstukken incasseren maar David wilde het deel van het heilige Kruis als dank, dat hij uiteindelijk ook kreeg en met veel triomf naar Ethiopië bracht. Het wordt nog steeds bewaard op een berg in de kloosterkerk Gishen Mariam, die op last van Dawits vierde zoon Zar’Yacob werd gebouwd.