Gondar en omgeving

Verboden te fotograferen!

01

Vlak voor ons hotel stond het post/telecomcentrum. Een slimme koe trok de groene bladeren van een plant, een sappig hapje. Dit zie je niet iedere dag dus… fototoestel in aanslag. Een tik op mijn schouder, een man in uniform,  “Niet fotograferen, overheidsgebouw!!” Sorry, fototoestel in tas, maar het was al vastgelegd!

Nou ja…

Ontmoeting: schrikken, bang en verlegen!

e

We reden in het Noorden van Ethiopië toen wij deze meisjes zagen. Zij zagen ons ook en rende weg en verstopten zich snel  achter de struiken. Onze Ethiopische vriend riep ze en zei: ” Jullie hoeven niet bang te zijn”. Schoorvoetend kwamen ze achter de struiken vandaan. Even gepraat en toen wilden ze ineens op de foto. Oké, kan geregeld worden! Tijdens de opname was er een rukwind die het haar van het ene meisje omhoog blies. Onze vriend zei dat komt nog door de schrik! Wij hebben met zijn allen gelachen …de meisjes wel het meest.

Suri man

Vroeger liep men naakt maar ooit heeft de regering bevolen om de naaktheid te bedekken. De Suri bedekken zich nu met doeken veelal in de kleur blauw. Deze man heeft zijn Donga, een lange buigzame stok met aan de top een fallussymbool, bij zich. De stok wordt gebruikt bij een jaarlijks ritueel Donga of Sanqunay. Het een op een gevecht wordt ‘hard’ gespeeld! Het wordt doorgaans na de oogst gehouden, zodat de mannen tijd hebben om te herstellen van eventuele wonden.

Bevolkingsgroep: Hamar

De beloofde foto brengen

hamar

…”We gaan op weg naar de markt in het dorpje Turmi. Allereerst willen we de Hamar-vrouw bezoeken, die de voorkant van mijn boek ‘Konjo Nö!’ siert. We willen haar de foto brengen. Als ik in het dorp haar foto laat zien, wil iedereen ons bij haar brengen. Uiteindelijk wijzen we twee meisjes aan en incasseren een boze blik van een opdringende jonge man die de taak op zich wilde nemen. Daar gaan we dan, de twee meisjes naast ons, de anderen er allemaal achteraan. We passeren allerlei hutten totdat de twee meisjes opeens stil blijven staan. Voor de hut die van de vrouw op de foto moet zijn, wordt van alles door elkaar geroepen, want die blijkt gesloten te zijn. De meisjes denken te weten waar ze dan moet zijn: bij haar tante. Daar gaan we weer, nog steeds in optocht. Bij de hut van de tante ontmoeten we haar. We schrikken van haar lichamelijke gesteldheid. Haar wangen zijn ingevallen en haar ogen staan uitdrukkingloos in haar gezicht. Ze is ontzetten mager geworden. Haar tante verteld dat ze ernstig ziek is. Ze heeft aids. Haar drie kinderen worden door haar tante verzorgd. Het zieke vrouwtje lacht af en toe flauwtjes in onze richting. De foto pakt ze aan, maar er is nauwelijks reactie. We stoppen de tante wat geld toe en proberen haar duidelijk te maken dat het aan medicijnen of andere noodzakelijke dingen besteed moet worden.”Ishi, ischi, auw” (Oké, Oké, ja), klinkt het uit haar mond”…

6

Normaal gesproken geven we nooit zomaar geld, maar hier is duidelijk een reden, door de foto zijn we bij haar betrokken. (Fragment uit mijn boek: ‘Dink Nesh”)