
In de omgeving van Arba Minch

De rivier de Awash

In de omgeving van Arba Minch

De rivier de Awash
Een onderdompeling in een droomachtige, kleurrijke wereld die vergezeld gaat met de indringende geur van zwavel

Dit prachtige landschap is ontstaan door de hete magma dat onder de dunne aardkorst het grondwater verwarmt dat uit de omliggende hooglanden stroomt.

Het kokende water spuit omhoog en neemt op zijn weg omhoog zouten, zwavel en mineralen mee, waardoor het zijn kleuren krijgt. Bruin, oranje, geel, rood, purper en blauwgroen, het resultaat van oxidatie van de verschillende ijzerlagen.

Als het water afkoelt, kristalliseert het zout uit tot gekleurde heuveltjes in groene pekelmeertjes, druipsteenzuilen, uitsteeksels en andere prachtige vormen.

Onderweg naar een Nuer-dorp kwamen we deze kinderen tegen, even stoppen natuurlijk!

Uit de tas van de ‘faranji’ (vreemdeling) kwamen enkele plastic beestjes te voorschijn, maar ja, wat is dit, wat kun je ermee?

Na enig onderzoek werd het duidelijk en begonnen ze spontaan, gewoon midden op de weg’ te spelen

Het eiland Tulu Godo heeft geen aanlegsteiger. De bootsman heeft dan ook moeite om de boot af te meren. Uiteindelijk lukt het maar… we houden onze voeten niet droog. Met soppende voeten in de schoenen klimmen we een steil kronkelig pad naar boven. Dit keer bezoeken wij de andere kant van het eiland.
Allereerst zien we het schooltje; de lessen zijn in volle gang.

Aan deze kant van het eiland staan maar enkele hutten. Op het dun bevolkte eiland leeft men van de landbouw en visvangst.

Er komen niet veel bezoekers op het eiland. Dit meisje staat stoer naar ons (twee enge blanke mensen) te kijken, haar zusje blijft voorzichtig iets achter.

Met mama in de buurt en een ‘bloemenplakkertje’ op de hand is het toch net iets veiliger! Meer info over het eiland Tulu Godo is te vinden in mijn boek ‘Ethiopië, ongekend anders’


Op het eiland Tulu Godo in het Ziway-meer bevindt zich het eeuwenoude Debre Tsyon-klooster. Het eiland is meer dan zeventig jaar een veilige schuilplaats geweest voor de Ark des Verbonds. Volgens de plaatselijke overlevering brachten priesters samen met de inwoners van Aksum de Ark in de tiende eeuw naar het eiland. Dit om de Ark uit de handen van koningin Gudit (monster) te houden, want zij richtte in die tijd enorme vernielingen aan.

Via een kronkelig, dichtbegroeid pad dat steil omhoog gaat belanden we voor een stenen kerkmuur met een gesloten houten poort. Roepen, zelfs met stemverheffing helpt niet, niemand doet open. We gaan op zoek naar de priester die bij de kerk hoort.
De priester heeft de poort ontsloten en gaat ons de kerk laten zien. De kerk is veertig jaar geleden gebouwd ter vervanging van de oude, die bouwvallig was. De gelovigen zijn blij want de kerk is nu dichterbij en beter te bereiken dan de oude.

Het interieur van de kerk is zeer kleurrijk door de vele schilderijen en kleden die de wanden en vloeren bedekken. Alles is vervaardigd en geschonken door Aksum. Later, als de kerk weer gesloten is, laat de priester ons door een met dikke stevige spijlen beveiligd raam de kostbare stukken zien van de oude kerk.




Onze kok bezig met het bereiden van het avondeten


Waldo schakelt altijd lokale mensen in om te helpen. Deze afspraak hebben we samen gemaakt. Op deze manier kunnen de mensen iets verdienen. We hanteren het ‘Voor wat hoort wat’ principe. We geven nooit zomaar geld!! Ook kookt hij altijd veel meer dan nodig zodat de helpers ook kunnen mee-eten. Wij genieten van het heerlijke eten maar ook de Hamar-mannen waarderen het!

Hij wordt ook wel Simien vos, Abessijnse wolf of rode jakhals genoemd. De Ethiopiërs noemen hem de Ky Kebero (rode jakhals).Volgens kenners is het geen vos of wolf, maar een bijzondere en unieke soort van de Afrikaanse wilde hond.
Het is een van ’s werelds zeldzaamste hondachtigen, en Afrika’s meest bedreigde carnivoor. Ze leven in roedels, maar gaan meestal alleen op jacht. De voeding bestaat voornamelijk uit kleine knaagdieren maar af en toe haalt een groep ook een jonge antilope neer.


Na een klein uurtje varen en 10 minuten lopen via een bospad omgeven door wilde koffiestruiken en onder ‘begeleiding’ van vele kinderen staan we voor de poort. De kerk dateert uit de 16e eeuw. Het klooster werd in de 14e eeuw gesticht door Betre Mariyam.
De kerk heeft prachtige schilderingen veelal verborgen achter gordijnen/doeken of houten luiken. Op het terrein is ook een klein museum waar kronen, prachtige, geborduurde gewaden, kruisen en Bijbels te bewonderen zijn. Deze kostbaarheden worden bewaakt door mannen met Kalashnikovs.






In het plaatsje Wolleka, een voormalig Falasha-dorp, houden we een korte stop. Er wonen nog maar enkele Falasha’s (Joodse Ethiopiërs).


In 1975 werd wettelijk vastgelegd dat Falasha’s zich mochten vestigen in Israël. In 1977 werden er rond de honderd Falasha’s met Israëlische militaire transportvliegtuigen, die wapens naar Ethiopië hadden vervoerd, naar Israël gevlogen en in 1985 vond de geheime operatie “Mozes’, een massale evacuatie naar Israël plaats… Nog steeds wachten mensen om herenigd te worden met hun familie in Israël.
De Falasha’s zijn eeuwenlang vernederd en vervolgd, de situatie is ook nu nog niet rooskleurig voor ze. Zij leven in armoede en houden zich in leven door het verkopen van hand vervaardigde producten.

Een vrolijk Falasha-meisje

We zijn al eerder eens vergeefs op zoek geweest naar een Weyto-dorp en het begint erop te lijken dat het deze keer ook weer niet lukt. Todat…na lang zoeken, een passerend meisje ons wel naar een dorpje wil brengen. We lopen door een wildernis met lage, stekelige begroeiing en passeren kleine maisveldjes, om na een kwartiertje in een piepklein dorpje te belanden. Er staan vijf hutten. Het wordt snel duidelijk dat op deze plek niet veel bezoekers komen, want we worden in een gespannen sfeer ontvangen. We worden argwanend bekeken. Als we uitleggen dat wij graag willen zien hoe tankwa’s gemaakt worden, wordt de sfeer rustiger. In feite is het ook vreemd en onbeleefd om zomaar ongevraagd en onuitgenodigd het dorpje te betreden. Weliswaar met oprechte belangstelling als drijfveer, maar toch. Een oudere man wenkt om met hem mee te gaan. Achter een van de hutten ligt een bootje in het beginstadium en een die bijna klaar is. Een van de jonge mannen geeft tekst en uitleg. (Lees verder in mijn boek ‘Ethiopië, ongekend anders’)

De oudere vrouw houdt alles in de gaten al heeft ze de meeste tijd haar ogen dicht
