Dalol en omgeving

Met twee auto’s naar Dalol, in onze auto rijdt een gewapende politieman mee, de tweede auto, gisteravond speciaal vanuit Addis Ababa  aangekomen, is bemand met een kokkin plus proviand, kookspullen, benzine, drinkwater enz. en drie gewapende soldaten. Zowel de politieman als de soldaten moeten ons ‘verplicht’ escorteren.We overnachten in Ahmedella, de nederzetting van de zoutdelvers

9

Onze overnachtingsplaats

Een rommelig geheel, het kleedje door Lilit (kokkin) neergelegd maakt het een beetje gezellig

a

Dit is beter…ook enigszins beschermd tegen het zand, dat door de warme stevige wind overal doorheen waait.

Lulit, die voor heerlijke maaltijden zorgde…en niet alleen voor ons. Er werd menig hapje door de plaatselijke bevolking meegegeten. Lees meer over ons avontuur in de Danakil in mijn boek: Ethiopië, ongekend anders.

Dalol en omgeving

De zoutrotsen

1

2

Ten zuidwesten van Dalol staan zoutpilaren, schoorsteenachtige zoutformaties en rechtopstaande pieken en klippen.

3

4

De roestkleurige zoutrotsen, door de Afar-bevolking ‘moeder van alle zout’ genoemd, zien er indrukwekkend uit. We voelen ons klein en nietig als we tussen de enorme zuilen, pieken en rotsen lopen.

5

6

Lees meer over Dalol en zijn omgeving in mijn boek: ‘Ethiopië, ongekend anders’

Bevolkingsgroep: Dorze

De Dorze-hut

1

De hut lijkt op een soort bijenkorf, maar dan in de lengte uitgerekt en aan de voorkant een uitstulping die gelijkenis vertoond met een grote neus. Het geraamte bestaat uit bamboestokken en voor de bedekking is organisch materiaal gebruikt, zoals enset-blad, riet en biezen. Er steken op verschillende hoogten horizontale stokken uit. Deze zijn voor het verplaatsen van de hut. Bamboe is namelijk gevoelig voor rotten en is bovendien populair voedsel voor termieten. Wanneer de onderkant van de hut is aangetast, wordt de wand ingekort. De stokken dienen als hulpmiddel om de hut naar een ander plekje te verhuizen. Nu wordt duidelijk waarom de hut zo hoog is. Door deze voorzorg kan de hut jaren mee.

6

De Dorze-hut heeft drie ruimtes: een leef ruimte, een slaap/voorraad ruimte en…

4

een leefruimte voor het vee. Het vee verblijft vooral ’s nachts in de ruimte dit als bescherming tegen roofdieren. Ook zorgen zij door hun aanwezigheid voor extra warmte voor de familie

7

Midden in de hoofdruimte brandt (bijna) altijd een vuurtje. Het is duister in de hut. Er komt alleen licht door twee ronde openingen in het dak, die dienen voor ventilatie en als schoorsteen. De rook vindt, over het algemeen, maar moeizaam zijn weg en blijft grotendeels in de hut hangen.

Bevolkingsgroep: Dorze

Ensete vetricosa

A

De enset, ook wel ‘valse banaan’ of ‘boom tegen de honger genoemd’, heeft het uiterlijk van een bananenboom. De boom kan wel negen meter hoog worden maar in  tegenstelling tot de bananenboom is de vrucht van de enset niet eetbaar. 

Enset wordt gestekt en op een afstand van ongeveer drie meter in de grond geplant. De ruimte tussen de bomen wordt veelal benut door er granen of maïs te planten. Na ongeveer zeven jaar wordt de boom gekapt. De stam wordt in stukken gehakt en de pulp aanwezig in wortel en stam wordt met een gespleten stok afgeschraapt en daarna samengeknepen. De deegachtige massa wordt verpakt in bladeren van de boom en bewaard om te fermenteren. Het pakketje wordt in een speciaal gegraven gat gelegd en wordt zorgvuldig afgedicht met bladeren en grote stenen. Over het algemeen wordt het gat in de tuin gegraven maar soms, om diefstal te voorkomen, ook in de hut. Na een paar maanden is het klaar.

Het eindproduct, kocho, een zware ietwat zurige massa, wordt gegeten als pap of er worden koeken van gebakken die enorm voedzaam zijn. Het wordt verkocht op de markt of voor eigen consumptie gebruikt. De ‘kocho’ kan lang bewaard worden en is daarom een goede aanvulling in moeilijke tijden.

E

De enset is een bijzondere nuttige plant/boom, want naast de ‘kocho’, worden de bladeren ook gebruikt o.a. als dakbedekking, voor het verpakken van voedsel, als brandstof en van de vezels worden touwen geweven. Lees meer in mijn boek: Ethiopië, Betam konjo