Category MEERDERE CATEGORIEËN:
Handig om te weten
Omgangsvormen tijdens de maaltijd
Elke maaltijd behoort te beginnen met het wassen van de handen. Er wordt namelijk geen bestek gebruikt.
De basis van iedere maaltijd is injerra, een grote, ietwat zurige, grauwkleurige pannenkoek. Deze wordt gemaakt van teff, een kleine graansoort die in Ethiopië wordt verbouwd. Over de pannenkoek worden hoopjes wot verspreid. Dat is een stevige, pittige saus van groenten, vlees, kip of vis. Het vlees kan rauw zijn want daar houden Ethiopiërs van. Wot is (erg) pittig gekruid met berbere, een mengsel van rode pepertjes, fenegriek, knoflook, koriander, gember, kardemom en andere kruiden. Als je in een restaurant(je) eet kun je vragen naar alich,a, een milde saus zonder pittige kruiden
Traditioneel wordt een grote, platte schaal met de injerra op een masob gezet, een gekleurde rieten mand met
verhoogde voet. De wot wordt in ‘bergjes’ op de injerra gedeponeerd, vaak vergezeld door geiten- of schapenkaas. Het gezelschap zit rond de masob en met de rechterhand scheurt met een stukje injerra af en pakt daarmee de wot op. Daarna gaat het als een soort pakketje in de mond. De oudste persoon krijgt altijd de gelegenheid om als eerste te beginnen. Ieder eet aan de kant van het bord waar men zit. Alleen de rechterhand wordt gebruikt, de linkerhand gebruikt de Ethiopiër bij sanitaire doeleinden. Vingers aflikken, te grote happen nemen en de haren aanraken tijdens het eten wordt als onbeschaafd ervaren.
Als een van de mede-eters je aardig vindt, heb je kans dat je een gursha krijgt aangeboden. Degene die je dit aanbiedt stopt een kant-en-klaar hapje in je mond. Meestal blijft het niet bij één hapje. Het is erg onbeleefd als je de gursha weigert.
Priesters/monniken/nonnen en gelovigen
Priester in een nis
In de omliggende rotswanden van de kerk Bet Medhane Alem (Lalibela) zijn nissen en holen uitgehouwen; sommige zijn bewoond. Deze priester/monnik kan slecht zien en wordt iedere dag door anderen omhoog gehesen zodat hij zich volledig kan overgeven aan het gebed. Hij vertelde dat hij hierdoor een gelukkig en blij mens is!
Afrikaanse visarend – Schildraaf


Landschappen en rivieren
Er is nog maar een klein stroompje over van de rivier, omgeving Turmi

Priesters/monniken/nonnen en gelovigen
Enset-Teff-Sorghum-Koffie-Cheperablad
Gezien vanuit de auto

Priesters/monniken/nonnen en gelovigen
Koereiger
Enset-Teff-Sorghum
Sorghum

Sorghum groeit in Azië, Afrika en Amerika. De zaden kunnen wit, geel, rood of bruin van kleur zijn. De soort behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). Het is een belangrijk voedselgewas in Ethiopië.
Sorghum is een eenjarig gewas. De stengel kan vijf tot meer dan dertig mm dik worden. De bladeren lijken op die van maïs maar zijn korter en breder. Ze zijn glad en met een waslaag bedekt. De pluim is gewoonlijk compact bij de graansorghums en meer open bij de voedertypen. Bij sommige typen worden de kafjes bij het dorsen verwijderd, maar bij andere moeten de korrels zoals bij haver worden gepeld. Van de rode Sorghum zijn zelfs de bladeren eetbaar.
Samen op weg om onkruid te verwijderen

De levende ‘vogelverschrikker’
Priesters/monniken/nonnen en gelovigen
Even rust voordat de kerkdienst begint (Lalibela)

Blauwe reiger
Gespot in de streek Harar/Dire Dawa

De Blauwe reiger heeft een vriendje gevonden.
Enset-Teff-Sorghum
Teff, een bijzonder graansoort

Teff is een unieke graansoort die zijn oorsprong in Ethiopië vindt. Daar wordt het oergraan al meer dan 5.000 jaar verbouwd. Het is een gewas uit het geslacht van de liefdegrassen (Eragrostis) die deel uitmaken van de grassenfamilie (Poaceae).

Het gewas kan 160 cm lang worden. De stengels zijn dun, en de graanvruchtjes zijn bijzonder klein (ongeveer een suikerkorrel), maar elke halm draagt er zo veel, dat de plantjes tegen de oogsttijd krom gaan hangen onder het gewicht.

Teff betekent: verloren. De graankorrel is namelijk zo klein dat je het niet meer terugvindt als het valt. Het minuscule graatje bevat echter wel een hoge voedingswaarde en bestaat uit zeventig tot tachtig procent koolhydraten, twee procent vetstoffen en een proteïnegehalte van tien procent. Daarbij is het rijk aan ijzer.
Nadat de teff is geoogst, wordt het gedorst en als het is gezuiverd van ongerechtigheden wordt het met een vijzel fijngewreven of men gaat naar een maalderij. Doordat de korrels zo klein zijn kunnen ze niet worden gepeld, vandaar dat Teff een volkorenmeel is. Het graantje heeft nog een voordeel: het kan goed worden bewaard omdat het weinig last heeft van insecten.
Teff is belangrijk voor de Ethiopiërs want het maakt een groot deel uit van de dagelijkse voeding.
Gezien vanuit de auto

Nationale en religieuze feestdagen
24/25 Oktober: feestdag van Abba Aregawi
Abba Aregawi was een van de negen heiligen die vanuit het Romeinse rijk naar Ethiopië vluchten om aan vervolging te ontsnappen. Het waren geleerde monniken die het christendom in Ethiopië nieuw leven wilden inblazen Ook wordt het Ge’ez, versie van het Nieuwe Testament, aan hen toegeschreven. Abba Aregawi was verantwoordelijk voor het opzetten van vele kloosters en kerken en was de belangrijkste kracht achter het installeren van het kloosterleven.
Na twaalf jaar aan het hof van koning Ella Amida van Axum te hebben doorgebracht, vertrok hij met zijn metgezel, de non Edna, om het Klooster Debre Damo te stichten waar hij zijn verdere leven wilde verblijven. Volgens de legende zorgde God voor een grote slang om Aregawi te helpen bij het beklimmen van de amba , steile berg, zodat hij Debre Damo kon bouwen
Het feest: …Gids Dawit is gearriveerd. We bezoeken eerst het kleine, gele kerkje dat onderaan de steile weg naar het hotel staat. Onze nieuwsgierigheid is geprikkeld want vanaf gisteravond 9 uur hebben we tromgeroffel en gezang gehoord. Het feest van Abba Aragawi wordt gevierd. Dawit vertelt ons dat dit gezang zonder onderbreking doorgaat tot 3 uur vanmiddag. Priesters, dekens en dabtara’s zingen en dansen, en gebruiken hierbij kerktrommels, sistra’s (een soort rammelaar met metalen schijfjes) en kerkstokken.

Er zijn veel mensen op de been, alle gelovigen zijn in het wit gehuld op een enkele monnik na die opvalt door zijn gele gewaad. De muren, deuren en de grond worden doorlopend door de mensen gekust. Het kerkje is erg klein, het merendeel van de mensen zit of staat in de rotsachtige kerktuin binnen de poort

Wij mogen het kerkje in en staan weggedrukt in een hoekje totdat een oudere vrouw mij naar haar toe trekt. Ik moet naast haar op het bankje gaan zitten. Als ik in een paar woorden Amhaars vertel dat ik de dienst mooi vind, zorg ze voor mij alsof ik haar kind ben. Als mensen voor mij gaan staan moeten ze opzij want ik mag niets missen. Lou krijgt alle ruimte om te fotograferen. Het is een indrukwekkend schouwspel dat al vanaf 9 uur gisteravond onafgebroken bezig is: Twee rijenpriesters, diakens en dabtara’s staan tegenover elkaar; zingend en dansend steeds in beweging van en naar elkaar toe. Eerst buigend en wiegend dan langzaam omhoog op de tenen om over te gaan in een sneller ritme. De sistra’s rinkelen en de maquamia’s (kerk/bid/leunstokken) stampen ritmisch op de grond. De karbaro (grote platte kerktrom) wordt met veel verve door een jongen bespeeld. Alles gebeurd met volledige overgave.

Hevig onder de indruk volgen we de processie naar buiten waar het verhaal van Abba Aragawi aan de gelovigen wordt verteld… een fragment uit het boek: Dink nesh – Ethiopië, een belevenis!




