Bevolkingsgroep: Hamar



Flaptekst: Langzaam lopen we zijn kant op. Zijn ogen staan groot en hij heeft een heel afwachtende, bijna angstige blik in zijn ogen. Hij weet het. Ik zie aan zijn ogen dat hij weet wat er gaande is. Hij kijkt alleen maar. De leidster laat hem de bloemen geven door met haar hand zijn hand met de bloemen naar mij te bewegen. ‘Mama’ zegt ze. Ik duw mijn tranen weg door met mijn ogen te knipperen. Ik lach naar hem en raak hem heel voorzichtig even aan. Wat is hij lief. Wat is hij schattig. Ik geef hem de tijd, die hij nog nodig heeft.
Met drie meisjes lijkt het gezin van Astrid compleet, maar in haar hart en in haar hoofd is nog ruimte voor een vierde kindje en ze heeft altijd al willen adopteren. Hij heet Noah en ze halen hem met z’n allen op in zijn geboorteland Ethiopië. Er is hun verteld dat Noah ouders zijn overleden, maar vreemd genoeg krijgen ze geen graf te zien en geen details te horen over het overlijden. Op een avond ziet Astrid een Brandpunt-reportage over een adoptie uit Ethiopië en schrikt enorm. Documentairemaker Aart Zeeman vertelt onder andere over een vrouw die letterlijk gek is geworden omdat haar zoontje, die ze tijdelijk bij familie moest onderbrengen, zonder dat ze ervan wist is geadopteerd naar Nederland. Astrid wil weten of de adoptieprocedure van haar zoon zuiver is gegaan en uit liefde voor haar kind vecht ze om de waarheid boven tafel te krijgen. In haar boek vertelt ze het waargebeurde verhaal van de adoptie, de zoektocht naar Noahs moeder en de turbulente periodes die ze in haar leven kent. Ze sluiten Noah in hun hart en gaan samen de moeizame weg van hechting.
Titel: Nieuwe bloem – Auteur: Astrid Lammers – Uitgever: Elikser Leeuwarden, 2016 – ISBN: 978 90 8954 883 2
Recensie: Het waargebeurde verhaal over de adoptie van een zoon uit Ethiopië door een Nederlands gezin. Astrid, een moeder die na drie eigen dochters een zoon uit Ethiopië heeft geadopteerd, ziet in een Brandpunt-reportage een wanhopige moeder uit Ethiopië die haar zoon mist omdat haar zus hem heeft laten adopteren. De Ethiopische moeder van die jongen zou aan aids zijn overleden. Zou zij de Nederlandse moeder zijn van die bewuste jongen? Tijdens een bezoek aan Ethiopië met de hele familie, blijkt dat de moeder van de jongen nog leeft, dus niet aan aids is overleden. Moeder en zoon zien elkaar weer. Prachtig geschreven, indrukwekkend, realistisch verhaal. Niet alleen aan de familierelaties, de adoptieprocedure, ook aan de cultuur, de gewoonten en gebruiken van het land wordt veel aandacht besteed. Informatief, ontroerend en betrokken. Met name voor adoptieouders en familieleden; voor diegenen die erover denken een kind te adopteren; voor Ethiopiërs in Nederland en hun familie, en diegenen die met hen te maken hebben. (Drs. Sytske Breunesse)
Samenvatting: In 1974 vertrok een Amerikaans-Franse expeditie van paleontologen naar Ethiopië om er fossielen te zoeken. De resultaten van de opgravingen waren meer dan uitzonderlijk: samen met een jongen van de Afar-stam vond de groep de beenderen van de oudste voorloper van de mens die tot nu toe zijn gevonden. Biologe en jeugdauteur Lieve Hoet is bijzonder gefascineerd door paleontologie. In haar jongste jeugdroman Ontdekking aan de Awash vertelt ze over de expeditie en haar resultaten. Vanuit haar multiculturele interesse doet ze echter meer dan dat. Deze jeugdroman wijst op de verschillen tussen de Amerikanen en de Afar, door het verhaal afwisselend te laten vertellen door het jonge expeditielid Tom Gray en de Afar-jongen Menelik. Wanneer Menelik als eerste een stukje van de oudste mens vindt, komen de spanningen tussen beide groepen in een stroomversnelling.
Titel: Ontdekking aan de Awash – Auteur: Lieve Hoet – Uitgever: Lannoo, 1997 ISBN: 90 209 3244 6
Biblion-recensie: Tom en Steve, twee toekomstige paleontologen, mogen met een Amerikaans-Franse expeditie mee naar Ethiopië om op zoek te gaan naar fossielen van de eerst rechtopgaande mensen. Naast fossielen van dieren vinden ze, mede dankzij de hulp van Menelik, een elfjarige jochie van de Afar stam, het skelet van een vrouwfiguur. Door het onderwerp heeft het boek enerzijds wat saaie en ingewikkelde gedeeltes, anderzijds zijn er vele avontuurlijke voorvallen. Een zeer sterke kant van het boek is het meemaken van de contacten tussen de twee culturen. Met name de totaal andere gedachtewereld van Menelik maakt het boek tot een lezenswaardig geheel. Illustraties ontbreken. Leeftijd: vanaf ca. twaalf jaar. ( J.H. Bargeman.)

Samenvatting: Uit een aantal Ethiopische dorpen is vee gestolen. De dorpsbewoners denken dat de Luipaard de schuldige is. Maar de herdersjongen Tibeso heeft sporen gevonden, voetafdrukken van mannen, en hij vermoedt dat er meer achter zit. Een van de voetafdrukken is van een voet met een grootlitteken. Niemand uit Tibesa’s dorp heeft zo’n litteken. En als hij ontdekt wie dat wel heeft, is het te laat…..
Titel: De Luipaard – Auteur: Cecil Bodker – Uitgever: Leopold, ’s-Gravenhage 1970 – ISBN: 90 258 3131 1 – Zilveren griffel 1973
Recensie: Het verhaal speelt zich af in Ethiopië. Van de kudde van de herdersjongen Tibeso wordt een kalf gegrepen door ‘De Luipaard’, een zeer gevreesd dier met bijna bovennatuurlijke eigenschappen. Aan hem wijt men de vele diefstallen van de laatste tijd. Maar Tibeso denkt dat er ook een menselijke veedief in het spel is. Als hij zich daarmee gaat bemoeien, komt hij in grote moeilijkheden. De sfeertekening in het verhaal is heel realistisch Afrikaans. Het taalgebruik is beeldend en duidelijk. Bestemd voor kinderen vanaf ca. 10 jaar.
Het boek, in 1973 bekroond met een Zilveren Griffel, is nu uitgebracht in het kader van ‘De Leespiramide’, een leesbevorderingsproject voor de groepen 7 en 8 van de basisschool.
Flaptekst: Bas (9) verhuist met zijn ouders en zijn zusje van Nederland naar Ethiopië. Zijn vader gaat daar werken in een ziekenhuis voor lepra-patiënten, aan de rand van de hoofdstad Addis Abeba. In het begin moet Bas ontzettend wennen. Vooral op de internationale school heeft hij het moeilijk. Maar alles verandert, wanneer hij eenmaal ontdekt wat er te beleven valt buiten het wereldje van de buitenlanders in de hoofdstad. Hij leert stap voor stap de taal van het land en raakt bevriend met David, een schoenpoetser die in het centrum van de stad zijn brood verdient. Bas zijn moeder ziet niet graag dat hij met David omgaat. Bij een van hun ontmoetingen krijgt Bas van David een brief, die hij pas later mag openmaken. Deze brief brengt hem op een idee.
Auteur: Theo Ruyter heeft jaren lang in Afrika gewoond en gewerkt. Hij woont nu, met vrouw en kinderen, in Amsterdam. Eerder verscheen van hem de verhalenbundel Amins weddingcake. Dit is zijn eerste kinderboek.
Titel: Wit wordt nooit zwart – Auteur: Theo Ruyter – Uitgever: Vijfplus, 1994 – ISBN: 90 802266 1 0
Biblion recensie: Bas (9) verhuist met zijn ouders en zusje naar Ethiopië, omdat zijn vader daar in een lepraziekenhuis gaat werken. Aanvankelijk moet Bas erg wennen. Vooral op de internationale school heeft hij het moeilijk. Pas als hij ontdekt wat er te beleven valt buiten het wereldje van de buitenlanders, wordt het leven wat leuker. Hij krijgt Ethiopische vriendjes en leert de taal (Amhaars). Op de markt in Addis Abeba ontmoet Bas het schoenpoetsertje David, dat al jaren voor zichzelf zorgt. Bas bezoekt Davids geboortedorp. Een realistisch, soms spannend verhaal over het niet altijd even eenvoudige leven van een Nederlands kind dat vrijwel onvoorbereid in een OostAfrikaans land verzeild raakt en daar door familie en school ook niet optimaal opgevangen wordt. Het ziekenhuiswereldje en het leven van de Ethiopiërs worden goed beschreven. Met een aantal eenvoudige schetsmatige pentekeningen; gekleurd omslagje in ‘Afrikaanse’ stijl. Vanaf ca. 9 jaar.( Virgi Smits-Beuken).






De koereiger is een kleine, actieve, witte reiger met een korte, vaak ingetrokken nek. Normaal gesproken is de vogel volledig wit, met een gele snavel en geel/grijze poten maar in de broedtijd kleurt zijn snavel meer naar het oranje, de poten zijn dan ook lichter en er verschijnen oranje veren op de kruin, borst en mantel. Zijn naam dankt hij aan het feit dat hij veelal te vinden is tussen het grazende vee op de weilanden. Grazend vee jaagt namelijk insecten, kikkers, muizen en andere kleine dieren uit hun schuilplaats en die eet de koereiger graag. Je ziet ze dan ook vaak op de rug van een grazend dier staan zodat ze direct kunnen aanvallen.




Het hoofdbestanddeel van de traditionele maaltijd is de injerra, een licht zurige, sponsachtige grote pannenkoek. De pannenkoek wordt gemaakt van plaatselijk graan tef genaamd. Tef wordt hoofdzakelijk in Ethiopië verbouwd. Het is een van de sterkere graansoorten die goed bestand is tegen klimaatschommelingen. Daarbij is de voedingswaarden groot en heeft het een hoog eiwitgehalte. Het tefmeel wordt vermengd met gist en water zodat een beslag ontstaat. Dit blijft uren, soms enkele dagen, staan om daarna gebakken te worden.

Onze’ Ethennisch deed het altijd op een speciale manier: Ze plaatste een grote platte schaal van klei, die ze ingesmeerd had met kamelenboter, op een open houtvuurtje.
Het beslag zat in een grote bak of emmer en met een oud conservenblik werd de juiste hoeveelheid gemeten.
Ze ging in haar typische gehurkte houding voor het vuur zitten. Het conservenblik werd opgepakt en boven haar hoofd geheven en ze begon van buiten naar binnen spiraalsgewijs te schenken, ondertussen zakte haar hand naar beneden, totdat de plaat geheel bedekt was.
Deksel erop…even wachten!!
Bijna klaar!
De injerra moest er een worden met veel blaasjes en bobbeltjes want dan was de kwaliteit optimaal volgens haar. Ze bakte een tot twee keer in de week. Als we flinke rookpluimen in onze achtertuin zagen wisten we dat er een nieuwe voorraad injerra in aantocht was. Foto’s: ©Lou Andreoli (1968)