Bevolkingsgroep: Hamar


Gisteren werd door het ministerie van Onderwijs bekend gemaakt dat het onderwijssysteem in Ethiopië gaat veranderen.

Het onderwijs in Ethiopië is lang gekoppeld geweest aan de kerken. In de vorige eeuw heeft Menelik II en later ook keizer Haile Selassie geprobeerd om het onderwijs onder de kerkelijke macht weg te halen. Een moeilijke klus want de kerk had ontzettend veel macht. Uiteindelijk zijn in 1975 alle scholen openbaar en nationaal geworden.

Het bestaande systeem is 8,2,2, wat betekent dat studenten acht jaar doorbrengen op de basisschool, 2 jaar op de algemene lagere school en twee jaar op de voorbereidende middelbare school.
Het nieuwe systeem gaat 6,2,4 worden wat betekent: zes jaar basisonderwijs, twee jaar lagere school, en vier jaar middelbare school. Aan het einde van het zesde jaar volgt een regionaal examen, na het achtste jaar een nationaal examen en na twaalf jaar een toelatingsexamen voor hoger onderwijs.
De Ethiopische overheid heeft de laatste jaren geïnvesteerd in het onderwijs. Maar ondanks de leerplicht is de deelname laag. Vooral op het platteland. Armoede speelt daarbij een grote rol. Kinderen hoeden vee, sprokkelen hout, passen op de jonge kinderen of werken op het land. Ook kan de afstand een probleem zijn.

Veel kinderen beginnen pas op oudere leeftijd, of maken het basisonderwijs niet af. Ouders willen wel dat hun kind naar school gaat maar alleen de basisschool biedt nauwelijks meer inkomensmogelijkheden dan geen scholing, dus waarom?
Het onderwijs in Ethiopië is gratis maar het uniform en schrijfbenodigdheden moeten wel zelf worden betaald. Gemiddeld zitten er 70 kinderen in een klas, maar klassen met 90 of meer leerlingen zijn geen uitzondering. Op sommige plaatsen wordt bij toerbeurt lesgegeven; ’s morgens een groep en ’s middags een andere groep. Er is vaak een te kort aan lesmaterialen. Ook zijn er te weinig geschoolde leerkrachten.
Gelukkig zijn er meerdere organisaties die hier en daar de helpende hand bieden en scholen bouwen, lesmateriaal verzorgen, leraren opleiden en blijven sponsoren. Op de nationale scholen wordt een uniform gedragen. De lessen beginnen steevast met het hijsen van de vlag en het volkslied.
Wierook is een lekker ruikend gomhars afkomstig van de Boswellia (wierookboom). Wierook betekent: gewijde rook. De bomen groeien voornamelijk in Eritrea en Ethiopië. Een wierookboom produceert ongeveer twee tot drie kilo wierook per jaar. Het wordt gewonnen door in de bast van de boom verticale inkepingen te maken. Het hars wordt vermengd met vluchtige olie en samen met houtskool om dunne gespleten bamboehoutjes gedraaid; de voor ons bekende wierookstokjes.
In Ethiopië gebruikt men voornamelijk brokjes wierook deze worden in een speciale brander gedaan en tijdens de koffieceremonie aangestoken, dit om God te eren. Het wordt ook gebruikt in de kerken. Wierook werd zo’n 1700 jaar voor Christus al gebruikt als reukoffer met het doel om de goden te eren. De geur gaat namelijk samen met de rook omhoog.
Koffie heeft een prominente plaats in Ethiopië. Het is een van de belangrijkste exportproducten. Daarnaast is buna niet weg te denken uit het dagelijks leven. Koffie is de nationale drank en staat voor gastvrijheid.

Ethiopië wordt genoemd als het land waar de koffie oorspronkelijk vandaan komt. Er zijn vele legenden en verhalen over de ontdekking van het gewas en het ontstaan van de drank koffie. Meer info te vinden in mijn boek: Ethiopië, Betam konjo!

Over de oorsprong van de naam ‘koffie’ wordt ook nog steeds gespeculeerd. De monniken noemen het kawa, ter herinnering aan een koning die Kavus Kai heette en op een gevleugelde wagen ten hemel is gereden. Het kan ook afgeleid zijn van het Arabische woord kahwah dat in poëtische bewoordingen wijn betekent (echte wijn is voor islamieten verboden) en ook wordt het Turkse woord kahve genoemd. De Ethiopiërs zelf gebruiken het woord buna en is het enige land dat afwijkt in de naam. De Engelse coffee, Italiaanse caffé, Duitse kaffee, Franse café en Nederlandse koffie hebben erg veel gelijkenis met elkaar en met de provincie waar de koffieplant in het wild groeit: de Ethiopische provincie Kaffa.
Bijenteelt is een aanvullende bron van inkomsten voor de kleine boer.
De honing wordt geproduceerd in handgemaakte korven van stro, leem en bamboe.
Honing heeft een belangrijk sociale rol. Het staat voor ‘de goede dingen van het leven’ en is een bijzonder geschenk.
Honing vervoeren is niet eenvoudig! Ondanks dat haar handen onder de honing zitten en de kleverige zak steeds van de rug van de ezel glijdt blijft ze lachen.

De enset, ook wel ‘valse banaan’ of ‘boom tegen de honger genoemd’, heeft het uiterlijk van een bananenboom. De boom kan wel negen meter hoog worden maar in tegenstelling tot de bananenboom is de vrucht van de enset niet eetbaar.
Enset wordt gestekt en op een afstand van ongeveer drie meter in de grond geplant. De ruimte tussen de bomen wordt veelal benut door er granen of maïs te planten.


Na ongeveer zeven jaar wordt de boom gekapt. De stam wordt in stukken gehakt en de pulp aanwezig in wortel en stam wordt met een gespleten stok afgeschraapt en daarna samengeknepen. De deegachtige massa wordt verpakt in bladeren van de boom en bewaard om te fermenteren. Het pakketje wordt in een speciaal gegraven gat gelegd en wordt zorgvuldig afgedicht met bladeren en grote stenen. Over het algemeen wordt het gat in de tuin gegraven maar soms, om diefstal te voorkomen, ook in de hut. Na een paar maanden is het klaar.

Het eindproduct, kocho, een zware ietwat zurige massa, wordt gegeten als pap of er worden koeken van gebakken die enorm voedzaam zijn. Het wordt verkocht op de markt of voor eigen consumptie gebruikt. De ‘kocho’ kan lang bewaard worden en is daarom een goede aanvulling in moeilijke tijden.

De enset is een bijzondere nuttige plant/boom, want naast de ‘kocho’, worden de bladeren ook gebruikt o.a. als dakbedekking, voor het verpakken van voedsel, als brandstof en van de vezels worden touwen geweven.

Familienamen zoals wij kennen (Jansen, Klomp enz) komen niet voor in Ethiopië. De voornaam van het kind wordt gecombineerd met de voornaam van de vader. Bijvoorbeeld: Ethennisch Asafa; Ethennisch is de eigen naam en Asafa de roepnaam van haar vader. Vrouwen nemen de naam van de echtgenoot niet over.
De namen hebben veelal een betekenis zoals bijvoorbeeld: Kebede – zware, Fikir – liefde, Alem – wereld, Desta – vrolijkheid. Ook worden er christelijke- en moslimnamen gebruikt zoals: Dawit, Yohannes, Ali en Omar.
Ethennisch werkte en woonde vroeger (1967/1970) bij ons in Metahara


Ontmoeting in de Danakil; in de buurt van Dalol.





Hamar man en vrouw… er moeten soms flinke afstanden worden afgelegd om de markt te bereiken.


