Samen op weg naar het Sorghum-veld om te oogsten
Sorghum groeit in Azië, Afrika en Amerika. De zaden kunnen wit, geel, rood of bruin van kleur zijn. De soort behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). Het is een belangrijk voedselgewas in Ethiopië.




Eerst even vragen of wij welkom zijn…we zijn welkom!

De Mursi’s bewonen kleine igloachtige grashutten. De ingang van de hut is zo laag dat je ze alleen op handen en voeten kunt betreden. Veiligheid is hier het doel.

’s Morgens vroeg, nog rustig, gewoon onder ons. Er wordt ontbijt gemaakt en baby’s krijgen de borst. Dit alles voordat de busjes met toeristen arriveren want op dat moment gaat snel de schotellip in en worden allerlei versierselen geschikt rondom het hoofd. Dit ziet de toerist graag en er worden vele foto’s gemaakt…en dat brengt geld op!! De derde vrouw van links doet toch maar gauw het gele versiersel op haar hoofd en haar schotellip in, ondanks dat onze Ethiopische vriend zegt dat dit niet nodig is!


De koper wil het gewicht weten!

De geit is het hiermee niet eens!

Op de witte, glinsterende vlakte zijn Afar-mannen druk in de weer. Sinds mensenheugenis wordt hier zout gewonnen. De mannen hakken lijnen in de harde zoutlaag, daarna wrikken ze het zout met lange stevige stokken los.

De ruwe blokken worden met kleine pikhouwelen op maat gemaakt (A3-formaat) en de randen worden netjes bijgewerkt. Daarna worden er stapels gemaakt, zodat ze per dromedaris vervoerd kunnen worden.
De dromedarissen mogen nog even rusten voordat ze beginnen aan de lange, zware reis met 22 soms zelfs 24 zoutblokken op de rug.


In een klein Hamardorp, in het zuiden van Ethiopië, mochten wij een kijkje nemen in de ‘kapsalon’. Ook hier worden afspraken gemaakt; de volgende klant zit al te wachten.

Strengetje voor strengetje wordt opnieuw gedraaid.

Af en toe wordt een streng natgemaakt, het water komt uit een fles waarvan de hals is afgesneden.

Nu het vet; voor het gemak gedeponeerd op de knie van de kapster, daarna de rode poeder. Het eindresultaat konden we niet afwachten; duurde te lang.

Het poortgebouw
De Debre Birhan Selassie kerk is gebouwd in opdracht van keizer Yasu de Grote (1682 – 1702). Het is een van de mooiste kerken in Ethiopië en maakt deel uit van een klooster. Een hoge muur omringt het complex. De kerk ligt net buiten de stad Gondar, op een heuvel in de schaduw van prachtige oude bomen. Via het poortgebouw kom je op het kloosterterrein. Boven in de poort hangen kerkklokken die ooit geschonken zijn door de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Khodha Murad, een Armeniër, die toentertijd bij keizer Yasu in dienst was reisde in die periode meerdere keren naar het oosten en bracht vele geschenken mee waaronder de twee kerkklokken. Dit gebaar had de onderliggende bedoeling de handelsrelatie met keizer Yasu te verstevigen.
De schilderingen in de rechthoekige kerk zijn nog in originele staat en nog nooit gerestaureerd. Prachtig is het houten plafond dat opgeluisterd wordt door vele serafijnenkopjes. De engeltjes hebben allen een andere gelaatsuitdrukking en kijken met grote ronde ogen alle richtingen op. Kleurrijke taferelen bedekken de wanden waaronder koning David die op zijn lier speelt. Mohammed die vastgebonden op zijn paard door de duivel wordt afgevoerd en de kruisiging met koning Yasu geschilderd aan de voet van het kruis. In de Ethiopische schilderkunst werd, wanneer een icoon of schilderij geschonken werd de gever aan de voet van de heilige afgebeeld. Ook in deze kerk ontbreekt Sint Joris met de draak niet en boven de ingang naar het allerheiligste bevindt zich een schildering van de drie-eenheid waaraan de kerk gewijd is.
De serafijnenkopjes op het plafond

Er is nog plaats voor ons in de boot die naar de overkant vaart

We willen een bezoekje te brengen aan de Nyangatom (Bume)

We hebben verleden jaar foto’s gemaakt in het dorp en beloofd ze dit jaar te brengen.

We waren al ‘los’ maar de politievrouw moest mee. De bootsman kreeg een dringend bevel dat hij moest wachten. Een van de knullen nam haar op zijn rug zodat ze geen natte voeten zou krijgen maar halverwege viel hij…dus ook de politievrouw. Woedend was ze en het onderdrukte, stiekeme lachen van de anderen versterkte haar woede.

Gelukkig kon ze later weer lachen.