Abessinië land en volk (1935)

abessinie-land-en-volk

Het ontstaan van dit boek – Abessinië, van koning Salomo tot de volkenbond – Menelik de Grote en zijn opvolgers.

Dit boek is ontstaan uit mijn, in een ijzeren tropenkoffer meegebrachte notities en dagbboekbladen. Ik heb deze opgeschreven, waar ik tijd en gelegenheid vond ze op papier te zetten: aan een gewone Europese schrijftafel in de Abessinische hoofdstad Addis Abeba, bij flakkerend kaarslicht in een der cafétjes van de spookstad Harrar, op blikken benzinebussen bij het karavaanvuur in rimboe en steppe. Terwijl in de vertrouwde werkkamer thuis de bloemenpracht van Heemstede met koele zuchtjes naar binnen geurt, ordner ik blad na blad en voel weer de adembenemende druk der Ethiopische berghoogten, de verzengende gloed van de Danakil-woestijn en de zachte vertroosting van de Soek-Soekki-rivier, die de Galla’s Boel-Boello noemen. Het waren vermoeiende reizen; eenzaam waren ze nooit…

Titel: Abessinië, land en volk – Auteur: Kurt Lubinski – Uitgever: Andries Blitz Amsterdam 1935

Van Abessinie tot Hiroshima (1936?) 

van-abessinie-tot

Flaptekst: Toen de oorlog van Italië tegen Abessinie begonnen was, werd de jonge arts Dr. Marcel Junod door het internationale Comité van het Rode kruis te Genève aangezocht voor het organiseren van de verzorging der gewonden in het land van de Negus. Dr. Junod kon toen niet vermoeden dat die opdracht het begin zou zijn van een tien jaar durende strijd tegen alles wat in de elkaar opvolgende oorlogen de beginselen van de menselijkheid aantastte.

Hij regelde in Spanje tijdens de burgeroorlog de uitwisseling van de gijzelaars…herstelde in Polen het contact met het Poolse Rode Kruis…kwam in Duitsland op voor de belangen van krijgsgevangenen…hielp in Griekenland bij het lenigen van de ontzettende hongersnood…waagde zich door Sovjet-Rusland heen naar Japan om daar de kampen voor Engelse gevangenen te controleren…was tegenwoordig bij de capitulatie en vergezelde een militaire missie naar het vernietigde Hiroshima…

Hij was de man die als vertegenwoordiger van het Internationale Rode Kruis toegang had waar niemand anders kon doordringen, en die overal achter de schermen kon zien. Zijn tienjarige kruistocht voor de menselijkheid was een aaneenschakeling van avonturen. In dit boek vertelt hij zijn belevenissen met hun achtergronden. Het is een even boeiend als belangrijk historisch document van onze tijd geworden.

Titel: Van Abessinie tot Hiroshima – Auteur: Dr.Marcel Junod – Uitgever: Succes Den Haag, 1936?

Ontbijt met Haile Selassie – Ethiopische wederwaardigheden (1996)

ontbijt-met-haile-selassie

Flaptekst: Ethiopië is even groot als Frankrijk en Spanje samen. Het ligt in Oost-Afrika, iets boven de Evenaar. Het lijkt soms meer op Europa dan op Afrika, maar gok daar vooral nooit op. Toerisme is er nog weinig, al hebben ze er wel een mooie slogan voor: ‘dertien maanden zonneschijn’. Dat is dubbel waar! Niet alleen heerst er een mooi, tropisch klimaat, gematigd door een hoogte van 2000 meter en meer, maar ook heeft Ethiopië een andere kalender dan de rest van de wereld: eentje van dertien maanden.

Het is van een boeiende ingewikkeldheid: de bevolking van 50 miljoen is verdeeld over 76 volken die 286 talen spreken. Bovendien stond de wieg van de mensheid er. Het hominide vrouwtje dat bij ons bekend staat als ‘Lucy’, heet eigenlijk ‘Denqenash’ ( dat is: ‘ je bent een wonder’) want het is een Etiopische, net als de koningin van Saba. Met de zoon die de Bijbelse Solomon terloops bij haar verwekte, begon (zeggen ze) de dynastie die 237 ‘negussen’ later eindigde met Haile Selassie. Hij werd afgezet door Mengistu die van het land een marxistisch-leninistische volksrepubliek maakte en op zijn beurt in 1991 werd verjaagd. Haile Selassie’s stoffelijke resten werden toen teruggevonden in de fundamenten van Mengistu nieuwe pied-a-terre in Addis Abeba. Ethiopië is ook een land van duizenden jaren kunst en cultuur: volop ‘heidens’ en judaisch, islamitisch en christelijk (maar dan van eigenzinnige koptische soort) en meteen al postmodern zonder modern te zijn geweest. Het is kortom – het raarste land van Afrika.

Titel: Ontbijt met Haile Selassie – Subtitel: Ethiopische wederwaardigheden – Auteur: Fred van leeuwen – Uitgever: Hadewijch Antwerpen, 1996 – ISBN: 90 5240 335

Recensie: Ethiopië, Abessinië, het land Punt wordt meermalen in de Bijbel genoemd. Het werd nooit gekoloniseerd (al waren de Portugezen er ruim een eeuw, tot 1633, en de Italianen in deze eeuw vijf rampzalige jaren). In de Middeleeuwen zag men het als een paradijselijk land, onder koning Prester Johan. Ethiopië had, tot 1974, de oudste dynastie ter wereld, die rechtstreeks was afgeleid van Salomo en de Koningin van Scheba. Vandaar dat Haile Selassie de Leeuw van Juda werd genoemd. De geschiedenis en cultuur van het land (76 volkeren, 286 talen) zijn zeer gecompliceerd. Ook al door de mengeling van Christenen (Kopten), Mohammedanen, Joden (de Falasha’s), en animistische gelovigen. De schrijver laat in een met persoonlijke belevenissen gelardeerd verhaal de geschiedenis, geografie, natuur en cultuur, volkeren en individuen volop aan bod komen. Een en ander is ietwat onoverzichtelijk door het ontbreken van een lijst van hoofdstukken of een register. Maar dat klinkt zuur: de schijnbaar willekeurige reis door land en geschiedenis levert een boeiend, verrassend en veelzijdig beeld van dit – nog steeds magische (schrijver zegt: rare) – land op. Het helpt wel als je het een beetje kent. Met zwartwitfoto’s.(Biblion recensie, Jan Rijsterborgh.)

Het Nederlandsche Roode kruis in Ethiopië (1936)

roode-kruis

Plannen en voorbereiding – In den zomer van 1935 werd de spanning tusschen Italië en Ethiopië duidelijk, en in den herfst, toen het Ethiopische regenseizoen ten einde liep, begonnen de vijandigheden. Het Nederlandsche Roode Kruis kreeg hiermede, na langen tijd van rust op dit gebied, weer eens een kans, daadwerkelijk hulp te verleenen op het oorlogsveld; het Nederlandsche volk, van oudsher internationaal georiënteerd, gaf op ondubbelzinnige wijze blijk, dat het verlangen was, een aandeel te hebben in de verzachting van de ellende der oorlogsslachtoffers. Aan het statige gebouw op de prinsessegracht der residentie, waar ons nationaal Roode Kruis zetelt, kwamen spoedig vele giften binnen, en zoo kwam het hoofdbestuur van dat lichaam voor de vraag te staan: zal het binnengekomen geld besteed worden voor aankoop en verzending van genees- en verbandmiddelen, of zal de geldelijke steun bijzaak worden, zal als hoofdzaak een gezelschap Nederlanders naar Ethiopië trekken, om in dat verre land de Roodekruisgedachten ook persoonlijk uit te dragen?

Titel: Het Nederlandsche Roode kruis in Ethiopië – Auteur: Dr.Ch.W.F.Winckel en Dr.A.Colaqo Belmonte – Uitgever: Van Kampen Amsterdam, 1936 – ISBN:

Anbessa’s dochter (2016)

anbessas-dochter

Flaptekst: Anbessa’s dochter is een kleurrijke roman over mensen aan de onderkant van de samenleving. Hoewel het een schokkend verhaal is, gebaseerd op de waarheid van de hoofdpersonen, is het ook een verhaal over mensen die proberen iets moois van hun leven te maken.

Ethiopië 1991, Lasta, een meisje van veertien, woont in Lalibela, het beroemde stadje met de uit rotsen gehakte kerken. Soldaten van het moorddadige communistische regime zoeken haar vader Anbessa, een onderwijzer, die ze aanzien voor een opstandeling. Hij vlucht. Uit wraak wordt Lasta’s moeder door de soldaten verkracht en vermoord. Een hoge officier biedt Lasta een baantje aan als huismeid in Addis Ababa. Ze wordt uitgebuit. Ze vlucht en komt terecht tussen de duizenden mensen die op straat leven. Soms heeft ze een baantje. Meestal gaat het niet goed met haar, vooral niet als ze in verwachting raakt en de vader van het kind haar in de steek laat. Na jaren besluit ze terug te gaan naar Lalibela.

Recensie: Auteur David van Reen (1969-2015) woonde lange tijd in Kenia en Ethiopië. Deze roman is gedeeltelijk op zijn ervaringen in Ethiopië gebaseerd en speelt zich voornamelijk af in de jaren 1991-1997, tijdens de verschrikkingen van het bewind van Haile Mariam. De hoofdpersoon Lasta is een meisje van veertien en woont in Lalibela. Soldaten zoeken haar vader, omdat ze hem als opstandeling zien. Gedwongen door het geweld van de soldaten vlucht Lasta naar Addis Abeba. Daar werkt ze eerst in de huishouding. Ze wordt zo uitgebuit dat ze vlucht en terechtkomt tussen de mensen die op straat leven. De sfeertekening door de auteur is confronterend, maar laat ook zien hoe Lasta er toch steeds weer in slaagt haar leven inhoud te geven. De ervaringen van David van Reen vinden zijn neerslag in het verhaal dat laat zien hoe duizenden ontheemden tot op de dag van vandaag in Ethiopië moeten leven. Toch proberen ze iets moois van hun leven te maken. Een prachtige roman over het leven van mensen aan de onderkant van de samenleving in de Ethiopische samenleving. De auteur publiceerde eerder de roman ‘Engelen der wrake : roman over Kenia’ en het fotoboek ‘Het land van de verbrande gezichten : leven in Ethiopië’. J. Swaen

Titel: Anbessa’s dochter – Auteur: David van Reen – Uitgever: in de Knipscheer – ISBN: 978 90 6265 930 2

Stof en stammen (2004)

stof-en-stammen

 Flaptekst: Peter Leurs (1945) is zo’n vijftien jaar geleden begonnen met het reizen naar wat minder voor de hand liggende gebieden. Dit boek is de neerslag van een reis door het koptisch-christelijke noorden van Ethiopië, gevolgd door een uitgebreide verkenning van het moeilijk bereisbare animistische zuiden.

Dat zijn twee totaal verschillende werelden die gescheiden worden door een smal overgangs-gebied iets ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba. Hier bestaat de mogelijkheid om binnen een dagreis het gevoel te krijgen van de ene op de andere beschaving over te stappen. Beide anders dan de onze, en daarom zo aantrekkelijk.

Geniet daarom van de korte sfeerbeschrijvingen. Zij bieden u een kijk op onbekend culturen.

Titel: Stof en Stammen – Auteur: Peter Leurs – Drukwerk: Boekenmaker Zaandam, 2004 – ISBN: 90 77564 12 8

De zon toegemoet (2014)

de-zon-tegemoet

Flaptekst: De zon tegemoet bevat een verzameling brieven van zendelingsvrouw Else Grabe-Peters (1903-1936). Ongekunsteld schrijft ze over haar bekering, roeping, voorbereidingstijd op het zendingswerk en het leven op de zendingspost. Hier ontvingen weeskinderen een liefdevol thuis en werden vele gasten verwelkomd, van hooggeplaatste mensen tot mensen aan de onderkant van de samenleving. Het kleine zendingsteam waarvan zij samen met haar man deel uitmaakte, stond aan het begin van de opbloei van een christelijke kerk in Ethiopië. Van de ontwikkeling die destijds in gang is gezet, heeft zij zelf niets mogen meemaken. Toen ze op 32 jarige leeftijd stierf, hadden alle zendelingen het land moeten verlaten en leek het of alles op niets was uitgelopen. Toch was Else er vast van overtuigd dat haar leven deel uitmaakte van een groter plan. Zij plaatst het leven steeds in het perspectief van de eeuwigheid. Haar brieven laten zien hoe deze houding in het dagelijks leven gestalte krijgt. Ze verrassen door de levensvreugde die eruit spreekt. Daardoor confronteren ze ook de hedendaagse lezer met de vraag wat nu echte blijdschap geeft in het leven.

Titel: De zon tegemoet – Auteur: Else Grabe-Peters – Uitgever: de Banier, 2014 – ISBN: 9789033616365

Recensie: Kortgeleden is het manuscript van dit boek ontdekt. Het had zeventig jaar in een kast gelegen, omdat er indertijd geen geld was om het uit te geven. Het bevat het levensverhaal van een Duitse vrouw, Else Peters, dat ze vastlegde in brieven aan haar man en haar ouders. Op 26-jarige leeftijd vertrok ze naar Ethiopië om er samen met haar man als zendelingsechtpaar te werken. De teksten over de jaren die daaraan vooraf gingen, laten zien dat deze vrouw een rotsvast geloof in God had en haar leven consequent plaatste in het perspectief van de eeuwigheid. In Ethiopië werken Else en haar man onder primitieve omstandigheden. Na zes jaar wordt Else ziek en ziet het gezin zich genoodzaakt naar Duitsland terug te keren. Daar overlijdt ze op 32-jarige leeftijd. De oorspronkelijke brieven uit de jaren 1929-1934 zijn vrijwel ongewijzigd opgenomen, waardoor het boek in woord- en begripsgebruik een zekere tijdgebondenheid uitstraalt. Maar vooral komt naar voren hoe het geloof van deze jonge zendelinge zich uit in levensvreugde en echte blijdschap. Geïllustreerd met enkele zwart-witfoto’s. (NBD/Biblion, C.M. Manni)

Dubbele Oogst (2001)

dubbele-oogst

Een zakenman vertelt hoe hij het geheim van Dubbele winst ontdekte

Flaptekst: In een klein Veluws dorpje woont een man die relaties heeft over de hele wereld. En dat komt niet door zijn intellect, of door kunstvaardigheid, of rijkdom maar door zijn geloof in God. Dit boek gaat over Gert van Putten. maar het gaat vooral over zijn God, die het onmogelijke mogelijk maakt. Het gaat ook over mensen die deze God leren kennen. En zo groeit er iets, dat meer dan winst is. Dubbele winst, dubbele oogst: echte geestelijke rijkdom. Met een onschatbare waarde voor God en mensen. Else Vlug tekende deze levensgeschiedenis op uit de mond van Gert van Putten.

Titel: Dubbele oogst – Auteur: Else Vlug – Uitgever: Medema, 2001 – ISBN: 90 63533772

Het heetst van de strijd (1999)

het-heetst-van-de-strijd

Tekst achterflap: Winter ’35 – ’36. De legers van Italië dreigen het Ethiopische volk onder de voet te lopen.

Jake Barton, een mecanicien uit Texas, en de gelukzoeker Gareth Swales sluiten een winstgevende overeenkomst om het verzet van Ethiopië wapens leveren. Ze binden de strijd aan de blokkade te land en ter zee om een stel oude pantserwagen naar het belegerde volk te brengen. Ook moeten ze Vicky, een jonge Amerikaanse journaliste, op sleeptouw nemen. Jake, Gareth en Vicky worden door een golf van avontuur en gevaar meegesleurd naar een gewelddadige confrontatie in de bergen van Ethiopië… ( Eerder verschenen onder de naam ( Waar wolven huilen 1989)

Titel: Het heetst van de strijd – Auteur: Wilbur Smith – Uitgever: De Boekerij Amsterdam 1999 – ISBN: 90 225 09 79 6 vijfde druk

Recensie: Super romantisch verhaal over de oorlog in Italië in 1935/36 ontketend tegen Abessynië, het huidige Ethiopië. Twee avonturiers, een Amerikaan uit Texas en een nette Engelsman uit Eton, die de Abessijnen wapens komen leveren en een journaliste die verslag doet van de oorlogshandelingen, kiezen de zijde der overrompelde Abessijnen. De journaliste kan niet alleen schrijven, maar ook tanks besturen, schieten en vliegen. Ook de mannen zijn niet voor de poes. De verhouding tussen de dame en de heren op de voorgrond en vaag opwindende oorlogshandelingen op de achtergrond, zorgen voor enkele uren lees-ontspanning. Kleine druk, volle bladspiegel.(Biblion recensie, Redactie.)

Mar-Eshet (1998)

mar-eshet

Flaptekst: In een lange reeks van gesprekken met journalist Wim Breedveld praat de inmiddels 72 jarige Mariette van de Loo over haar ontwikkelingswerk in Ethiopië tussen 1966 en 1990. De onderwerpen zijn onder andere: de studentenrevoltes, de revolutie, de burgeroorlog, oorzaak en gevolgen van de hongersnood, het falen van de hulpacties, het moeizame en risicovolle werk onder een communistisch regime en de verlammende bureaucratie in het ontwikkelingswerk.

Op 15 september 1966 reist Mariette van de Loo voor het eerst naar Ethiopië. Ze wordt uitgezonden door het ministerie van CRM om als stafdocente te gaan werken aan de universiteit van Addis Abeba. Al snel raakt ze betrokken bij het ontwikkelingswerk en reist als stagebegeleidster het hele land door. Ze is er getuige van dat twee studentenrevoltes door het toen nog keizerlijke bewind bloedig worden neergeslagen.  Tot 1979 werkt ze als adviseur van Etiopian Women’s Welfare Association (EWWA) en moet ervaren dat de komst van het communistische regime van Mengistu ook het werk van de vrouwenorganisatie treft. Na een korte tijd in Nederland keert ze terug om te gaan werken in Eritrea, dat in een verbeten vrijheidsstrijd is verwikkeld met het regeringsleger van dictator Mengistu. Weer terug in de Ethiopische hoofdstad helpt ze als adviseur bij het opbouwwerk van Family Development Projects (FADEP) dat door de Ethiopische vrouwenorganisatie EWWA is opgericht. Drie jaar lang reist ze onder uiterst moeizame omstandigheden door het hele land totdat uiteindelijk het oorlogsgeweld ook haar het reizen moeilijk maakt. In 1990 verlaat ze op 65-jarige leeftijd voorgoed Ethiopië. Terug in Nederland richt ze de stichting Hand in Hand op om financiële steun te verkrijgen voor ontwikkelingsprojecten in Ethiopië en het inmiddels zelfstandig Eritrea.

Titel: Mar-Eshet, een verslag 25 jaar werken in een door oorlog en revolutie geteisterd Ethiopië – Auteur’s: Wim Breedveld – Mariette van de Loo – Uitgever: Van Buuren Weert,1998 – ISBN: 90 5695 042 8

Recensie: Tussen 1966 en 1990 was Mariëtte van de Loo in Ethiopië en Eritrea met hart en ziel betrokken bij het ontwikkelingswerk. Temidden van oorlogen, grote hongersnood, dramatische studentenrevoltes, enz. Het verhaal (een gesprek met vrienden) is heel gedetailleerd: hoe zij als westerse, aan de School of Social Work, het vertrouwen van haar studenten moet winnen, hun perspectief en referentiekader moet aanleren, hen moet sturen en begeleiden bij hun stages (door het hele land), hoe zij vrouwenorganisaties opzet en begeleidt, hoe ze moet leren werken en leven temidden van armoede en oorlog, desorganisatie, bureaucratie en tegenwerking. Een zonder enige opsmuk verteld relaas, dat bij de lezer gaandeweg steeds groter respect oproept; én verwondering: hoe houdt een mens dat vol? Een Nederlandse vrouw die voor mensen in de Hoorn van Afrika van onschatbaar belang is geweest. Eerlijk, ontroerend, maar ook niet zonder kritiek waar die past.(Biblion recensie, Jan Rijsterborgh.)

Sporen van Sandelhout (2007)

sporen-van-sandelhout

Flaptekst: Muna, een Indiaas weesmeisje, kan haar zusje Sita maar niet vergeten, die op jonge leeftijd van haar is gescheiden. De zesjarige Sita, in een weeshuis in dezelfde stad, kan zich haar oudere zus echter niet meer herinneren en droomt dagelijks van een echte familie. De achtjarige Solomon woont ondertussen in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Wanneer de revolutie uitbreekt vlucht hij naar Cuba in de hoop op een beter bestaan. Na vele omzwervingen over drie continenten vinden Solomon, Muna en Sita uiteindelijk ieder voor zich hun bestemming in het leven en familiegeluk waar de drie al zo lang naar hebben verlangd.

Titel: Sporen van sandelhout – Auteur: Anna Soler-Pont en Asha Miro – Uitgever: De Geus, 2007 – ISBN: 978 90 445 1113 0

Recensie: De gezamenlijke debuutroman van Asha Miro en Anna Soler-Pont. Geinspireerd door hun eigen levens en personen die zij kennen, gebruiken ze fictie om onrecht aan de kaak te stellen. De titel duidt op een herinnering aan sandelhout. In het eerste deel vertellen ze het verhaal van Solomon, een jongen uit Ethiopië die naar Cuba gaat voor een studie dankzij de hulp van Cuba aan Ethiopië in deze periode; van Muna, een weesmeisje uit India dat kleden knoopt en droomt van werk in het Hollywood van India; en van Sita, het zusje van Muna die niets meer wenst dan het hebben van ouders. In het tweede deel van het boek kruisen het leven van Solomon, Muna en Sita zich dertig jaar later in Addis Abeba, Mumbai en Barcelona. Door het verhaal van deze kinderen leren we de moeilijkheden kennen in de derde wereldlanden. Maar ook de volharding van deze kinderen om dat te bereiken wat voor hun ouders onmogelijk leek. Het lot ligt in onze eigen handen. Wat de schrijfsters wilden bereiken, is gelukt: lezers meenemen in een gepassioneerd en optimistisch verhaal en meteen een boodschap meegeven. Vrij kleine druk. (NBD/Biblion, W.H.A. Bulnes-Coenders)

De Abessijn (1997)

de-abessijn

Flaptekst: Aan dit boek ligt een historisch feit ten grondslag: tijdens zijn regering zocht Lodewijk XIV, de zonnekoning, toenadering tot de keizer van Abessinie, de negus. De Abessijn is een roman over deze opmerkelijke diplomatieke zending naar de schimmigste, meest legendarische van alle grote vorsten uit de Oriënt. Jean Batiste Poncet, een jonge geneesheer die de pasja’s van Caïro tot zijn patiënten mag rekenen, wordt door een buitengewone samenloop van omstandigheden de held van dit even barokke als poetische epos, dat de lezer door de woestijnen van Egypte, de Sinaï en de bergen van Abessinie meevoert van het hof van de koning der koningen naar Versailles en weer terug: een duizelingwekkende reis vol avontuur, vriendschap, liefde en ontdekkingen. Achter de eenvoud, warmte en humor van deze avonturenroman gaat echter een tragische fabel schuil. Na het onbekende rijk en zijn beschaving te hebben ontdekt, moet Jean Batiste alles in het werk stellen om het te behoeden voor de bekeringsijver van de jezuïeten, de kapucijnen en andere vrome fanaten. Dankzij hem zal Ethiopië gespaard blijven voor vreemde overheersing en zijn trots en mysterie behouden. Hoewel de sfeer en stijl doen denken aan de meesterwerken van Alexandre Dumas is De Abessijn een uiterst actuele roman, een parabel die fanatisme aan de kaak stelt, laat zien wat vrijheid vermag en aantoont dat geluk te verwezenlijken is.

Titel: De Abessijn – Auteur: Jean-Christophe Rufin – Uitgever: Atlas, 1997 – ISBN: 90 450 0123 3

Recensie: De hoofdpersoon van deze roman is een jonge Franse apotheker rond 1700 in Cairo, die verliefd wordt op de dochter van de Franse consul aldaar. Om kans op een huwelijk te maken moet hij eerst in de adelstand verheven worden. Dat lijkt alleen te lukken als hij als officieel gezant van de keizer van Ethiopië -die hem om medische hulp heeft gevraagd- naar het Franse hof kan gaan. Alle plannen worden doorkruist door de pogingen van Jezuïeten en andere geestelijke orden om het koptisch-christelijke Ethiopië rooms-katholiek te maken. Eigenbelang van edellieden en de geborneerdheid van Parijse geleerden doen de rest. Uiteindelijk vlucht de apotheker met zijn geliefde naar Perzië waar zij rust vinden. De avonturen, die in hun kern op ware gebeurtenissen berusten, worden spannend weergegeven en de karaktertekening van de personen is amusant-scherp. Dat maakt het geheel tot een prettig leesbaar boek, zonder dat het nu bepaald een meesterwerk is. Men krijgt een redelijk hoewel niet diepgaand beeld van tijd en plaats. De vertaling is doorgaans goed. Vrij kleine druk. Op de omslag een fraaie afbeelding van een Ethiopiër uit de 18e eeuw.(NBD,Biblion, A.P.G.Spamer.)

Abessinie en het oostersch christendom van dezen tijd (1934?)

Abessinie en het Oostersch Christendom van dezen tijd 1

Woord vooraf: Toen ik in den zomer van 1933 voor de Radio-Volksuniversiteit een cursus hield over het Oostersch Christendom van dezen tijd, werd mij door verschillende luisteraars gevraagd lezingen te publiceeren. Aanvankelijk kwam er niet van aan dit verzoek te voldoen, doch na herhaalden aandrang en vooral wegens de actualiteit van dit onderwerp in het verband met ’t geen zich tusschen ’t Westen en ’t Oosten afspeelt (men denke slechts aan Rusland en aan Abbessinie) ben ik er nu toch tot overgegaan. Ik behield den verhalenden vorm waarin ik deze stof door de radio behandelde en vertrouw dat daardoor aan den inhoud geen schade is toegebracht en de wat huiselijker gesprekstoon velen bij het verwerken van deze materie niet onwelkom zal zijn.

Titel : Abessinie en het Oostersch Christendom van dezen tijd – Auteur: Dr.R. Miedema – Uitgever: Boekhandel Lankamp & Brinkman op de Spiegelgracht ,1934??

Recensie: Dr. R.Miedema, privaatdocent aan de Leidsche Universiteit, behandelt in dit werkje op populaire wijze de geschiedenis, organisatie, plaats en toekomst van het Oostersche Christendom – speciaal het Abbessinische Christendom – in onzen tijd. Na tijden van bloei en verval – lijkt het niet onmogelijk, dat dit Oostersch Christendom nog een factor van beteekenis worden gaat in het geestesleven van Oost-Europa. Als oriënteerend werkje is deze uitgave stellig van belang – temeer, waar de schrijver doet uitkomen, dat in dit Oostersch Christendom – naast vele verstarde begrippen – typisch levende uitingen van Christelijke vroomheid voorkomen. De lezer krijgt een anderen – en meer verheffenden kijk op het Abessinisch Christendom, waar nog zeer positieven elementen van het oude Christendom in aanwezig zijn. In de literatuur, die over Abbessinie verschenen is, neemt dit boekje wel een geheel eigen plaats in – ook al, omdat het ingaat op de vraag: ‘Heeft men recht te spreken van een onchristelijk land met een barbaarsche cultuur’? Over dit onderwerp is nog geen enkele uitgave verschenen – zoodat hiervoor in kringen van velerlei schakering belangstelling zal bestaan. (Langkamp & Brinkman, Uitgeverij)

Vijftien jaar Haile in Hengelo (2009)

Vijftien jaar Haile in Hengelo 1

Flaptekst: ‘Een arme man kan te midden van de rijken wonen. Maar een rijke kan niet tussen de armen wonen.’ Dat zegt Haile Gebrselassie in het boek ” Vijftien jaar Haile in Hengelo”In 1994 vestigde hij in het FBK Stadion zijn eerste wereldrecord. Sindsdien kent de wereld hem als een mens die zich nauw betrokken voelt bij zijn geboorteland Ethiopië.

Gesprekken met Haile krijgen altijd een onvermoede diepgang. Achter zijn brede glimlach gaat een zakenman schuil die het maatschappelijk verantwoord ondernemen in de praktijk brengt. Vanuit de Afrikaanse werkelijkheid zet hij ons vaak aan het denken over onze Westerse wereld.

Dit boek gaat daarom over sport en zaken. Auteur Cros van den Brink haalt herinneringen op aan successen en andere bijzondere gebeurtenissen in de carrière van ‘Mr. Hengelo’ – in het Fanny Blankers-Koen stadion en elders in de wereld. Hij beschrijft ook de weg van de boerenzoon die zich ontwikkelde tot een succesvol ondernemer. De atleet die zijn startgelden en premies investeert in eigen land en werk schept voor vele honderden Ethiopiers. Die scholen bouwt om kinderen een toekomst te bieden. Want een rijk man kan niet werkloos toezien als hij tussen armen woont.

Titel: Vijftien jaar in Hengelo, Zakenman in trainingspak – Auteur: Cors van den Brink – Uitgever: daM Deventer 2009 – ISBN: 978 90 71902 05 5

Recensie: De auteur, sportjournalist van beroep, beschrijft hoe de zoon van een arme boer uit Ethiopië, het tot een van de beste midden en lange afstandsatleten ter wereld weet te brengen. Haile Gebrselassie is een atleet die veel geld weet te verdienen met zijn passie voor atletiek en zakendoen weet te combineren met een enorme hoeveelheid trainingsarbeid. Het geld wordt vooral ingezet in diverse projecten en bedrijven in eigen land, waar nog veel armoede heerst. Het wordt de lezer duidelijk welke trainingsarbeid, doorzettingsvermogen, aanleg, persoonlijkheid en passie aan de basis liggen van de vele wereldrecords. De kleurenfoto’s tonen wedstrijdmomenten, opnames met familie en beelden uit Ethiopië. Duidelijk wordt hoe het leven van de atleet met de eeuwige glimlach zich afspeelt; zijn sociale betrokkenheid is groot.(B.N. Swienink)

Awash – Herinneringen aan Ethiopië (2003)

Awash

Flaptekst: René van Slooten werkte van 1967 tot 1976 op de drie suikerondernemingen van de ‘Handelsvereniging Amsterdam’ (HVA) in Ethiopië. In 1999 publiceerde hij daarover zijn eerste boek ‘Tsahai’ dat in Nederland en Vlaanderen lovend werd ontvangen. ‘Awash’ is een vervolg en bevat beschrijvingen van het dagelijks leven op de suikerondernemingen van de HVA en een aantal reisverhalen. Er is ook een uitvoerig hoofdstuk over het leven van de Nederlandse kinderen, met bijdragen van twee oud-leerkrachten van de Nederlandse scholen in Ethiopië, Marieke Grijpma-Munning en Agda v.d.Vlis. Het laatste deel van ‘Awash’ beschrijft het weerzien met het tweede vaderland ‘Ethiopië’. In 1989 ging een groep oud-HVA’ers en HVA-kinderen op zoek vaan hun verleden en in 2000 ging René van Slooten zelf terug, voor een VPRO radioprogramma over het Nederlandse verleden in het prachtige land.

Titel: Awash, Herinneringen aan Ethiopië – Auteur: René van Slooten – Uitgever: Boekenplan, 2003 – ISBN: 90 71794 35 0

Recensie: De Handelsvereniging Amsterdam (HVA) zat van 1952 tot 1978 met drie (suiker)ondernemingen in Ethiopie: Wonji, Shoa en Metahara. Er werden daar in die jaren driehonderd (!) Nederlandse kinderen geboren. De schrijver werkte er van 1967 tot 1976 en schreef er in 1999 over in ‘Tsahai’*. Het eerste deel van dit boekje is vooral gericht op oud-gedienden: herinneringen aan de situatie toen, en vooral veel aandacht voor de kinderen en hun belevenissen op school, met hun verslagen daarvan in het krantje (‘Het Suikerklontje’): het dagelijks leven, de schoolreisjes, Sint Nicolaas enzovoort. Het tweede deel is interessanter voor ‘buitenstaanders’: beschrijvingen van reizen door het land, langs de ‘historische route’, naar Lalibela, Aksoem, Massawa en Assab. En vooral ook door het verslag van reizen in 1989 en 2000: wat is er over van ‘de suiker’, hoe ziet het land er nu uit (‘Er is werkelijk niet veel veranderd’, is een eerste conclusie…!). Veel informatie over land en volk, in aantrekkelijke verhalen, voor mensen die Ethiopië (gaan) kennen. Enkele kleine foto’s. (Biblion recensie, J.Rijsterborgh)

Hoop uit zegens – Urk leert Ethiopië vissen (1985)

Hoop uit Zegens

Flaptekst: Een paar jaar geleden hoorden twee mensen op Urk over honger in Ethiopië. Zij belegden geen vergaderingen maar haalden geld van hun spaarbankboekje, stapten in het vliegtuig en landden in Addis Abeba. Urkers zeggen: ‘Waar water is is vis, waar vis is is eten, waar eten is is leven’. Met andere woorden: momenteel draaien doelmatig langs de Barorivier visserijprojecten doordat Urkers de bewoners hebben leren vissen en netten maken. Hoop uit Zegens. Dit heeft enige duizenden het leven gered. Dat daarnaast tonnen aan kleding en voedsel vanuit Urk worden gestuurd – en op de bestemde plaats terecht komen! – ook dat feit hoort nog bij dit wonder van Urk. September ’85 besteedde AVRO-Televizier er een uitgebreide reportage aan, want het nuchtere en praktische van deze aanpak oogst terecht steeds meer bewondering.

Titel: Hoop uit zegens, Urk leert Ethiopië vissen – Auteur: Lize Stilma – Uitgever: Callenbach, 1985 – ISBN: 90 266 0063 1