Awash National Park

 

awash

Het park, dat ooit privéjachtterrein van Haile Selassie was, is een van de mooiste nationale parken van Ethiopië en was vroeger bekend om zijn wild. Na de wilde jachtpartijen van het Mengistu-regime is er echter weinig groot wild overgebleven. De wildstand is herstellende maar dit gaat langzaam. Er zijn meer dan 400 soorten vogels te bewonderen. De weg naar Dire Dawa loopt midden door het zuidelijke gedeelte van het park en deelt het park als het ware in tweeën.

Fantalla.,

In het deel van het park dat ten noorden van de weg ligt verheft zich, vanuit de laaglanden van het op 750 meter gelegen park, de vulkaan Fantalle. Ondanks de gassen die hier en daar soms nog uit de krater ontsnappen, is het een slapende vulkaan.

warmw bronnen,

Aan de uiterste noordkant liggen de warmwaterbronnen van Filhowa. Het zeegroene water heeft een constante temperatuur van 36º C en borrelt op uit de bodem en vormt diepe poelen. Deze zijn omringd door een weelderige vegetatie waaronder doempalmen. In dit gedeelte van het park bivakkeren nomadenstammen waaronder de Kereyou. Ze laten hier hun vee grazen ondanks dat dit niet is toegestaan. Het is en blijft een voortdurende en moeilijke strijd tussen de overheid en de nomaden.

waterval

De watervallen van de Awash liggen in het zuidelijke deel van het park. In het regenseizoen is het een grote woeste bruine rivier met spectaculaire watervallen van enorme breedte. Bij het uitzichtpunt van de watervallen kun je via een betonnen trap dicht bij de rivier komen. Het water valt schuimend met veel geraas naar beneden. In de droge tijd is de waterval minder indrukwekkend, kleine watervalletjes spetteren dan rustig naar beneden.

In dit gedeelte is ook het hoofdkantoor, een klein museum met opgezette dieren en enkele eenvoudige campingplaatsen te vinden. In het park is een oud en verwaarloost restaurant ‘Kereyou Lodge’. Het ligt op de rand van de canyon. Vanaf het terras heb je een schitterend uitzicht op de diep gelegen Awashrivier met de oprijzende bergen van de provincie Harar op de achtergrond. Nabij het zwembad (buiten dienst) heb je een prachtig uitzicht op het punt waar de rivieren, Awash en Arba, samenvloeien. Sinds 2010 is er een nieuwe lodge ‘Awash Falls Lodge’ dicht bij de waterval waar je prima kan verblijven.

 

In het park kan je het volgende wild tegenkomen: Swayne’s hartebeest, oryx, de grote en kleine kudu, waterbok, dikdik, wrattenzwijn, jakhals, hyena en kleine zoogdieren Leeuwen, luipaarden, caracals, servals en wilde katten worden ook, zo hier en daar in reisgidsen beloofd, maar worden zelden waargenomen. Vroeger werden de laatste drie regelmatig gezien, maar leeuwen en luipaarden hielden zich toen ook al verscholen.

Er komen meerdere apensoorten voor waaronder de Anubis baboon en Hamadryas baboon. Deze bavianen hebben onderling sociale kontakten, wat zeer bijzonder is. Ze worden dan ook door geïnteresseerde biologen gevolgd en bestudeerd. Naast de gewone baviaan en meerkatten kun je ook (als je geluk hebt) de prachtige Colobus monkey tegen komen. Krokodillen en nijlpaarden leven in de Awash rivier. (Foto’s: ©Lou Andreoli)

Het paleis van Aba Jifar II (Jimma)

paleisHet paleis van Aba Jifar II bij Jiren, ligt ongeveer 8 kilometer van het centrum van Jimma. Eind 1860 werd het gebouwd. De kosten bedroegen: 400 kg goud en 65.000 zilveren Maria Theresa dollars. Het paleis heeft 66 deuren, 45 ramen en 39 kamers.  

In verbinding met het paleis staan nog vier andere gebouwen; een publieke moskee, de persoonlijke moskee van Abba Jifar, residentieel paleis van Aba Jifar, residentieel gebouw van Aba Jobir en AbaDula (de kleinzoon van Aba Jifar)

Het paleis is leeg op enkele voorwerpen na. De inboedel en het persoonlijke historisch materiaal van  Abba Jifar, hij regeerde van 1878-1932,  zijn te zien in het Museum van Jimma. Ook zijn er culturele objecten van de lokale Oromo mensen en andere etnische groepen rond Kafa te bewonderen.aba-jifarAba Jifar viel op o.a. doordat hij, vergeleken bij de andere mensen, zeer groot en stevig was.

Op de zolder  van het paleis had men rondom ramen deze deden dienst als beveiliging. Op deze manier konden de wachters het grondgebied goed in de gaten houden. Ook vanaf het doorlopend balkon op de eerste verdieping is er mooi zicht op de omgeving.

Dikdik, een kleine antiloop

dikdik

We hebben ze vaak gespot deze kleine antilopen; de schouderhoogte is ongeveer 38 cm en ze wegen tussen de vijf en zeven kilo.

dikdik

Het mannetje heeft kleine hoorntjes. Zowel het mannetje als het vrouwtje heeft een korte pluim op hun kop. Deze gaat rechtop staan als ze schrikken. Bijzonder is de ietwat verlengde neus die zeer bewegelijk is. Foto’s:©Ine Andreoli

Het Abijata-Shala National Park

abijata

Abijatameer   

flamingo

Flamingo’s  

Het Abbijatameer heeft een oppervlakte van 230 vierkante kilometer en is 14 kilometer diep. Tot voor kort lag het verscholen achter dichte acaciastruiken. De herders die met hun vee in het park wonen, kappen de bomen en struiken om hout voor kookvuurtjes; de oorzaak van de ontbossing. Het meer is zeer vis- en vogelrijk. Pelikanen, flamingo’s, visarenden, eenden- en ganzensoorten, witnekken, aalscholvers, reigers en pluvieren zijn vogels die worden waargenomen. Ook wordt de plaats door vogels gebruikt als overwinteringsplaats. Het waterpeil  van het meer is wisselend. Dit wordt veroorzaakt door de sodawinning die in het noorden plaats vindt. De regenval, die hevig kan zijn in de maanden juni tot september, brengt het geheel meestal weer in evenwicht.

wassen

Bedrijvigheid rond en in het water

abijata

Ook de runderen komen een slokje drinken

Het Shalameer heeft ongeveer dezelfde oppervlakte als het Abijatameer, maar is veel dieper (266 meter). Er zit vrijwel geen vis in. Wel leven er duizenden pelikanen, die broeden op het Pelikaneneiland aan de westkant van het meer. De dagelijkse portie vis halen ze uit het Abijatameer. Om daar te komen moeten ze de hoge bergruggen rondom het meer worden overwonnen. Dit kost veel tijd en energie, maar de pelikanen hebben hier iets op gevonden. Ze maken gebruik van warme stijgende winden aan weerszijden van de berg. Halverwege de berg wachten ze op wind die hen in een kurkentrekkersbeweging omhoog over de bergwand brengt. Na het vissen keren ze op dezelfde manier terug, om daarna zwevend, met klapperend vleugels en gestrekte poten te landen.

bronnen

Warmwaterbron

Langs de oevers van het meer zijn meerdere warmwaterbronnen die kokend water en stoom produceren. De plaatselijke bevolking maakt veelvuldig gebruik van de bronnen. Zij zijn ervan overtuigd dat aandoeningen als reuma door het hete water genezen. Ook worden maiskolven in het kokende water gaargekookt.

bronnen

Foto’s:©Lou Andreoli

In het zuidwestelijk punt van het park ligt een klein kratermeertje: het ChituHorameer. Het heeft een doorsnede van ongeveer twee kilometer en er zijn vaak grote flamingo’s te zien. (fragment uit ‘Ethiopië Betam konjo’)

Wondo Genet

 

Wondo Genet ligt op een beboste heuvel, ongeveer 16 km zuidoost van Shashamene. De aanwezige warmwaterbronnen zorgen voor water in het zwembad en …warme douches. Er kan gewandeld worden. Het gebied is rijk aan vogels. Franje apen, bavianen en een enkele antiloop kunnen worden gespot. Het aanwezige hotel (ooit gebouwd voor Haile Selassie) heeft eenvoudige kamers.  Foto’s:©Lou Andreoli

De waterval in het Awash National park

Waterval Awash 1

De watervallen van de Awash zijn in het zuidelijke gedeelte van het gelijknamige nationaal park 

Waterval Awash 2

In het regenseizoen, als het heeft geregend, valt het water schuimend met veel geraas naar beneden. In de droge tijd is de waterval minder indrukwekkend; het water spettert dan rustig naar beneden.

Waterval Awash 4

In de buurt van het uitzichtpunt kun je via een betonnen trap dicht bij de rivier komen. Foto’s:©Lou Andreoli

De markt in Adama

Nazret 1

Een fijne markt om rustig rond te kijken. Wij waren er op maandag.

Nazret 2

De vrouw rechts zit in een typische houding, men kan dit uren volhouden (op de hurken, billen rusten op de hielen).

Nzret 3

Rechts heeft voorrang??

Nazret 4

Het is wel constant opletten waar je loopt!!

Nazret 5

Deze kraam was verboden terrein voor ons; we werden luid toegeschreeuwd dat we weg moesten gaan. Waarom? Er werd tweedehands kleding verkocht, die in Europa (gratis) waren ingezameld!

 

Nazret 6

Werkelijk alles te koop!

Nazret 7

Een blije vrouw verkoopt haar spullen. Foto’s:©Lou Andreoli

Het Ziway-meer

Het Ziwaymeer is het noordelijkste meer van de riftvallei en heeft een oppervlakte van ongeveer 400 vierkante kilometer.

Ziway ©Lou Andreoli

Het wordt omgeven door kraterhellingen, herbergt vijf eilandjes en is nauwelijks dieper dan vier meter. De oevers van het prachtige meer zijn het domein van vele vogels.

Tussen het riet en op de zandplaten leven aalscholvers, maraboes, reigers, pelikanen, ibissen, hamerkopvogels, visarenden, ijsvogeltjes, geelsnavelooievaars, jassana’s, slangenhalsvogels en ground hornbills.

Ziway 6 ©Lou Andreoli (2)

In de bomen op de oevers hebben grote kolonies wevervogeltjes hun nesten gemaakt. Ook is het meer rijk aan vis. De aanwezige nijlpaarden laten zich overdag niet zien. Zij komen aan wal om te grazen als het donker is.

Simien fox

nieuw 72 20141 ©Hij wordt ook wel ‘Simien-vos’, ‘Abessijnse wolf’ of ‘rode jakhals’ genoemd. De Ethiopiërs noemen hem de ‘Ky kebero’ (rode jakhals). Volgens kenners is het geen vos of wolf maar een aparte en unieke soort van de Afrikaanse wilde hond. Hij heeft een schofthoogte van ongeveer 60 centimeter en is iets groter dan een jakhals. Het is een aaseter, maar af en toe haalt een groep ook een antilope neer. Er komen nog maar weinig Simien foxen voor. Dit vanwege ziekten die  sinds het begin van de tweede helft van de twintigste eeuw onder de hondachtigen voorkomen. Je treft ze alleen hoog in het noordelijke gebergte van Ethiopië aan. Er zijn er nog ongeveer vijfhonderd over, waarvan slechts vier groepen groot genoeg zijn voor voorplanting (een groep van twintig of meer). Hoe zeldzaam ze ook zijn, er bestaat een grote kans dat je er een in het Bale Mountain National Park tegenkomt. Ze leven in roedels maar gaan meestal alleen op jacht. Fragment uit: ‘Dink nesh’ Foto:©Lou Andreoli

Het eiland Tulu Godo in het Ziway-meer

DSCN0833-

Het eiland Tulu Godo heeft geen aanlegsteiger. De bootsman heeft dan ook moeite om de boot af te meren. Uiteindelijk lukt het maar… we houden onze voeten niet droog. Met soppende voeten in de schoenen klimmen we een steil kronkelig pad naar boven. Dit keer bezoeken wij de andere kant van het eiland. 

DSCN0810

Allereerst zien we het schooltje; de lessen zijn in volle gang. 

DSCN0824-

Aan deze kant van het eiland staan maar enkele hutten. Op het dun bevolkte eiland leeft men van de landbouw en visvangst. 

DSCN0816-

Er komen niet veel bezoekers op het eiland. Dit meisje staat stoer naar ons (twee enge blanke mensen) te kijken, haar zusje blijft voorzichtig iets achter. 

DSCN0818-

Met mama in de buurt en een ‘bloemenplakkertje’ op de hand is het toch net iets veiliger! Foto:Lou Andreoli Meer info over het eiland Tulu Godo is te vinden in mijn boek ‘Ethiopië, ongekend anders’