Onderweg naar Mekele

ontmoetingWe rijden al even als Lou drie meisjes ziet lopen , die hij graag op de foto wil zetten. Fekir stopt en Lou stapt uit. De meiden schrikken zich naar en blijven stokstijf staan met uitpuilende ogen. Een van de meisjes rent weg en verstopt zich achter de struiken. Fekir spreekt ze toe en zegt dat ze niet bang hoeven te zijn. Het meisje achter de struik kijkt voorzichtig onze kant op, maar blijft waar ze is. Fekir moet echt alles uit de kast halen om haar ervan te overtuigen dat die ‘enge, witte man’ geen kwaad in zin heeft. Hij mag fotograferen. Fekir en ik schieten spontaan in de lach als tijdens de fotosessie de haren van een van de meisjes door de wind letterlijk rechtop gaat staan. We bestempelen het als een verlaat gevolg van de schrik!

(Fragment uit: ‘ Dink nesh, Ethiopië, een belevenis)

Asebot en omgeving

Een onverwachts bezoekje

a

We wilden de Monastery Asebot Selassie bezoeken. De weg er naar toe was ontzettend slecht, zo slecht dat wij het moesten opgeven. Met veel moeite de auto gekeerd vlak bij een afgelegen hut. Er kwam een vrouw met kind en geit kijken wat er allemaal gebeurde zo vlak voor haar terrein.

c

Ze vond het interessant… vreemde mensen, dat  gebeurde niet iedere dag en ze nodigde ons uit op haar erf. Daar zaten een man en een vrouw heerlijk qat (stimulerend middel) te kauwen. Ze keken nauwelijks op en gingen apathisch verder met het kauwen. Op de foto wilden ze wel en het resultaat kreeg een korte blik!

Aksum

De steen van Ezana

steen

In het park van Ezana, waar de resten van het paleis van koning Ezana te vinden zijn, bevindt zich een klein gebouwtje met een dak van golfplaten. Hierin wordt de zogenaamde steen van Ezana bewaard. De steen is voorzien van inscripties. Er wordt in drie talen (Ge’ez, Grieks en Sabaans) verteld hoe het christendom zich ontwikkeld heeft. De steen heeft een grote historische waarde.

Mago National Park

0697-15-

Door de tseetseevliegen hebben we maar enkele foto’s kunnen maken.

In 1974 is het park opgericht om zoogdieren, waaronder de olifant en de giraf, te beschermen tegen de intensieve jacht door de inheemse volkeren. Ondanks het verbod jagen de bewoners nog dagelijks in en rondom het park. Een van de redenen is dat de oogsten vaak onvoldoende zijn om de volledige gemeenschap te kunnen voeden en door de jacht kan het menu worden aangevuld. Olifanten worden gedood om hun huid en van de slagtanden worden voorwerpen gemaakt. De dieren in het park zijn daardoor erg schuw en laten zich nauwelijks zien. Het park is samen met het Omo National Park het meest afgelegen park en wordt daardoor nog weinig bezocht. De hoogte varieert van 450 tot 1350 meter en de oppervlakte beslaat ongeveer 2162 vierkante kilometer. De temperatuur kan oplopen tot 41 °C. De vegetatie van het park bestaat uit dicht struikgewas, acacia’s en grasrijke savanne, en langs de rivieren groeien vijgenbomen en tamarindes. Er komen ruim 200 verschillende soorten vogels en 56 soorten zoogdieren en reptielen voor. In de rivieren leven krokodillen, nijlpaarden en vissen. Ook is het park domein van de tseetseevlieg.

Het park is bereikbaar vanuit Jinka, of vanuit het zuidelijk gelegen Turmi. Net als bij andere parken is het veiliger om het park te bezoeken onder begeleiding van een gids en meerdere terreinauto’s.

Wij hebben het park meerdere keren bezocht, ons eerste bezoek is beschreven in ‘Konjo nö!’ Het gebied is nog een pure wildernis met slecht berijdbare paden. Hier kan je uren rijden en stoppen zonder het overbekende geluid ‘you,you, you’ te horen. We zijn op bezoek geweest bij de bevolkingsgroep Mursi en hebben kennisgemaakt met de tseetseevlieg!