(9)Verhalen en foto’s (1967/1970)

Lou met collega in de watertoren

Lou kwam tijdens zijn werk naar huis om zijn zwembroek aan te trekken. Een vreemde zaak, wat was er aan de hand? Er bleek iets met de watertoren te zijn! De watertoren was een van de belangrijkste voorzieningen op de onderneming. Naast het gewone drinkwater was er ook een extra voorziening voor ‘kinderwater’ er zat namelijk van nature veel fluor in het drinkwater en dat kan op den duur schadelijk zijn voor de gezondheid. Fluor bindt zich namelijk in het lichaam aan de kalk die in de beenderen en tanden zit zodat die heel hard en bros worden. Vooral bij opgroeiende kinderen waar botten en tanden nog groeien, krijgt het teveel aan fluor een kans. Meestal zie je dit het eerste aan de gele en bruine vlekken die op het definitieve gebit verschijnen. Om dit dus te voorkomen was er speciaal water dat door zwangere vrouwen en kinderen gebruikt werd. Er waren een paar kranen op de onderneming waaruit we dit water konden tappen.

Eigenlijk hadden we drie verschillende soorten water. Het water uit de kraan voor dagelijks gebruik en het kinderwater, daarbij kwam nog het water dat we gebruikten voor de tuin. Het laatste kwam rechtstreeks uit de Awash rivier. Watertoren,

Maar waarom kwam Lou thuis om zijn zwembroek aan te trekken? Er was iets mis met de vlotterindicatie van de watertoren. Deze gaf geen goede indicatie. Hij gaf aan dat hij leeg was terwijl er genoeg water in zat, dus daar moest wat aan gedaan worden. Het werd operatie:  ‘watertoren zwemmen’ om de vlotter te repareren. Het gebeurd natuurlijk niet iedere dag dat je man in de watertoren gaat rondzwemmen. Vanuit ons huis kon je de toren zien. Ik heb de verrekijker gepakt en zittend in het raamkozijn heb ik geprobeerd de operatie te volgen. Het geheel was niet zonder gevaar want in de toren kunnen zich dampen verzamelen die je in ademnood kunnen brengen. Vanwege de veiligheid waren ze met zijn tweeën. Het was toch wel even spannend, ik zag hem de watertoren beklimmen waarna hij erin verdween en ik het niet meer kon volgen. Maar na enige tijd klom hij gelukkig er weer heelhuids uit. Die dag heeft de onderneming water gedronken met een Andreoli smaakje eraan. Maar indicator gaf weer goed aan!

(Fragment uit: ‘Het land van de verbrande gezichten – Ethiopië, een belevenis)

 

(8) Kippen en eieren kopen (1967/70)

Op de onderneming kwam met enige regelmaat een Ethiopiër die kippen verkocht. Hij vervoerde de ‘levende’ kippen hangend over zijn schouder. Om de poten van iedere doro (kip) zat een touwtje en deze touwtjes zaten weer bevestigd aan het grote touw wat hij over zijn rug liet hangen. Het resultaat …een grote bos kakelende kippen op zijn rug.

1967 ©Lou Andreoli

Foto: 1968 ©Lou Andreoli

Als hij ons erf op liep en zag dat er belangstelling was tot kopen dan ging de kippenbos, met veel gefladder en gekakel, met een grote zwaai van zijn schouder. 

Ethennisch was degene die de koop voor mij aanging. Ze bevoelde de kippen met een ernstig gezicht op een vakkundige manier, tenminste zo zag het er uit. En na lang beraad met veel gepraat tussen de koopman en Ethennisch werd de keus gemaakt.

De ‘doro‘ werd mee naar achteren genomen en door Kebude (tuinboy) geslacht; met een slag had zij geen kop meer!! Daarna nam Ethennisch het weer over. Ze ging dan gehurkt zitten, zodanig dat haar billen op haar hielen rusten, haar rok werd dan tussen haar benen naar achteren gehaald. Een karakteristieke houding. Op deze manier kon ze uren zitten.  De kip werd geplukt, gewassen en in stukken gesneden waarna zij de diepvries in ging.

img016

Foto: 1969 ©Lou Andreoli

Eieren kopen gebeurde ook op het erf.  We kochten altijd van dezelfde koopman, maar niet voordat ze op een speciale manier waren gekeurd. Er werd een emmer met woha (water) gevuld en daar werden ze een voor een voorzichtig ingelegd. De eieren die op de bodem bleven liggen waren oké maar die gingen drijven waren bedorven. Deze gingen weer terug in de koopmand. Het was altijd een hele happening, alles ging in een kass-kass (langzaam) tempo en ondertussen werden er door Ethennisch en de koopman de wekelijkse nieuwtjes uitgewisseld.

(7 ) Zoon geboren (1968)

Veertien dagen voor ik uitgeteld was ben ik naar Wonji gegaan. Dit was uit voorzorg omdat er nog geen goede medische voorzieningen waren op Metahara. Wonji had een hospitaaltje waar ik zou verblijven als de bevalling begon. Ondertussen logeerde ik in het guesthouse. In de weekends, vrijdagsavonds laat, kwam Lou vanuit Metahara naar Wonji . Op maandagochtend ging hij dan weer terug. Zo zou het ook de bewuste maandagochtend gaan, de bus vertrok om zes uur. Omstreeks een uur of vijf begon er bij mij wat te rommelen. Het waren volgens mij weeën, dus zei ik: ‘Ga maar niet, blijf maar mooi hier’.

Onze zoon Guy werd ’s avonds rond half zeven geboren!

wonji

Nog even op de foto met het verplegende personeel en de chauffeur die ons naar huis zal brengen. ©

Na vijf dagen mochten wij naar huis. Guy in zijn reiswieg, bedekt met linnen doeken om hem te beschermen tegen het stof.  Het stof van de wegen was net meel. Het was zo fijn dat het overal doorheen ging. Voor mij was er een rubberen ring waar ik op kon zitten, deze moest de schokken van de slechte weg zoveel mogelijk opvangen. Er waren nog maar weinig wegen geasfalteerd.

3

De weg van Wonji naar Metahara ©

Toen wij bij ons huis in Metahara aankwamen was het daar een drukte van belang. Iedereen stond ons op te wachten. Er was door iemand ‘Kandeel’, een oud Nederlandse geboortedrank gemaakt, dus dat werd proosten. In huis stonden ontelbare wierookstokjes te branden, daar had Ethennisch voor gezorgd. De rook moest zorgen dat de boze geesten op de vlucht sloegen.

En zo werd de kleine Guy door twee culturen verwelkomd!!                                  

(Het volledige verhaal is te lezen in mijn boek: ‘Het land van de verbrande gezichten’)

6) Eindelijk naar Metahara (1967)

Eindelijk kwam het bericht dat ik mee kon naar Metahara. Er waren ondertussen enkele huizen bewoonbaar. Ook dit huis was tijdelijk want deze huizen waren in de toekomst voor de Ethiopische arbeiders. 

metahara,De kist met onze huisraad en andere spullen was ook aangekomen. Lou moest hem inklaren bij de douane en zoals gebruikelijk, de desbetreffende mensen onder tafel wat geld toeschuiven. Door deze handeling werd de kist niet geopend en gecontroleerd!! 

De kist (10 kubieke meter) werd op een truck voorgereden, neergezet in de tuin en geopend met een koevoet.  Het eerste wat eruit kwam of eigenlijk viel was een houten kinderklompje. Een grote stevige Ethiopiër pakte het op en bracht het dragend op twee handen naar mij. Ik was te laat voor een foto. Het zou een mooi plaatje geworden zijn. De verdere inhoud van de kist volgde al gauw. Er was niets gebroken of beschadigd ondanks de lange afgelegde reis. 

(5) Een vreemde vogel (1967)

het-land-van-de-verbrande-gezichtenTerwijl ik op het kleine terrasje probeerde te genieten van mijn koffie, moest nog wel even wennen aan de Ethiopische smaak, en genoot van de prachtige gekleurde vogels die rond vlogen, werd ik opgeschrikt door een enorme herrie. Er klonk gerinkel van metaal, tromgeroffel en een vreselijk ongecontroleerd geschreeuw. Dit alles werd veroorzaakt door een man die tot overmaat van ramp bleef stilstaan voor het terrasje. Hij was nauwelijks gekleed, en wat hij om had was zo vies dat je de oorspronkelijke kleur niet meer kon herkennen. Om zijn buik zat een band waaraan een trommel hing en om zijn enkels zaten ijzeren voorwerpen, die als hij zijn voeten verzette een vreselijk geluid voortbrachten. Voor dat ik het in de gaten had liep hij het terrasje op en begon om mij heen te hossen en te springen. Ondertussen keek hij met wild ronddraaiende ogen naar mij en schreeuwde allerlei onverstaanbare woorden. Het was wel een griezelige vertoning maar ‘echt’ bang was ik niet. Ik wilde net naar binnen gaan, ik wist op dat moment nog geen raad met een dergelijke verschijning, toen Etennisch naar buiten kwam. Zoals gewoonlijk lachte ze en maakte mij duidelijk dat de man geestelijk niet in orde was. Hij probeerde op deze manier aandacht te krijgen en daardoor aan sigaretten te komen. Hij had mazzel; toen rookte ik nog. Ik pakte het pakje wat voor mij op tafel lag, wat hij natuurlijk al lang gezien had, en pakte er een paar sigaretten uit maar Ettennisch stak daar een stokje voor. Aydelem, aydelem (nee,nee) eentje is genoeg. Achteraf begreep ik waarom want de volgende dag was hij er weer. Hij bleef iedere dag zolang ik in Shoa woonde zijn dagelijkse sigaretje bij mij ophalen!!

Bedwants (1967)

(2) Daar stond ik dan, wat nu! Ethennisch dacht de oplossing gevonden te hebben en begon met haar grote teen ze dood te trappen. Ik rook een vreemde geur, amandelachtig, die sterker werd naarmate Ethennisch er meer dood maakte. De geur kwam van de bedwants, ook dit hoorde ik achteraf, ze verspreide de geur als verdediging. Het bed ging opnieuw omhoog en klapte opnieuw op de vloer, en daar kwam de volgende lading. De rillingen liepen over mijn rug, hier paste ik voor, daar ging ik s’nachts niet meer in. Ik zou in actie moeten komen. Aan Ethennisch vertelde ik dat ze de matras, kussens en dekens naar buiten moest brengen, en dat de lakens gewassen moesten worden.

Ethennisch

Ik zou ondertussen proberen om andere bedden te regelen. Ik stapte naar een gesetteld Nederlands gezin om te vragen waar ik moest zijn voor andere bedden. Ze waren zeer vriendelijk en het zou voor mij geregeld worden. Ik kon rustig naar huis gaan, het kwam allemaal goed. Na een uur of drie kwam er een grote forse Ethiopiër met, dit had je nooit kunnen bedenken, een klein busje D.D.T. in zijn hand. Dit zag ik natuurlijk niet zitten, maar hoe moest ik dat duidelijk maken. Ik heb Ethennisch er weer bijgehaald en haar uitgelegd dat ik geen D.D.T. wilde maar andere bedden, en niet van hout maar van staal.  Ondertussen had ik namelijk bedacht dat in staal geen ongedierte kon zitten. Na wat handen- en voetenwerk begrepen ze wat ik bedoelde, althans dat dacht ik. Om het staal aan te duiden had ik een vork uit de la gehaald. Na vele malen ‘ishshi, ishshi’( ja oké) gezegd te hebben verdween hij met zijn busje D.D.T. We waren al weer een paar uur verder toen er een grote truck voorreed, en daar stonden bedden op maar tot mijn verbazing weer houten bedden. Ondertussen hadden de bedienden die in de nabijheid werkten zich verzameld voor het huisje en er werd serieus en vooral veel gepraat. Volgens mij wist de een het nog beter dan de ander. In ieder geval een sensatie; een blanke met bedwants. Op de onderneming was ook een politiepost en de desbetreffende politieagent was er ook. Hij liep autoritair rond en zou het allemaal wel regelen. Ik wilde deze bedden niet en probeerde dit opnieuw duidelijk te maken. Iedereen bemoeide zich ermee, het was een gekakel van jewelste. Uiteindelijk ging de truck weer weg, naar ik hoopte om stalen bedden te halen. Nu ging het wat vlotter en na anderhalf uur stond de truck er weer, ditmaal met stalen bedden. De houten bedden werden weggehaald en de stalen naar binnen gebracht. Dit gebeurde onder luid ritmisch gezang en er werd door iedereen vrolijk gelachen, ja ook door mij. Het liefst was iedereen gezellig mee naar binnen gelopen maar daar stak Ethennisch een stokje voor. Achteraf een leuke en spannende vertoning op het moment zelf was het iets minder.

Voor de duidelijkheid, de bedden hebben we gesopt, de vloer met lijken en bloedvlekken stevig geschrobd en het beddengoed gewassen. ’s Nachts heb ik heerlijk geslapen!!!

(4) Bedwants (1967)

Betwants

Foto: Met dank aan Wikipedia

(1) De eerste nachten toen ik alleen was, Lou was ondertussen naar Metahara vertrokken om daar aan de slag te gaan, sliep ik erg onrustig. Ik werd steeds wakker en hoorde allerlei geluiden waaronder sjirpende krekels en kwakende kikkers, maar vooral geluiden die ik niet thuis kon brengen. Een kwestie van wennen, dacht ik. Zo ging ik ook om met de jeuk die ik ’s nachts op mijn lichaam voelde. Ik combineerde de jeuk met mijn zwangerschap, wist ik veel. Zwanger zijn, was ook nieuw voor mij. Na drie nachten half wakend, half slapend doorgebracht te hebben ondernam ik een poging om het aan Ethennisch te vertellen, misschien wist zij een oplossing. Ik wees op mijn buik, haar hoofd knikte heen en weer ‘awoh, awoh,’ (ja,ja) ze wist dat er een ‘bambino‘ op komst was. Ik pakte haar bij de hand en nam haar mee naar de slaapkamer, wees naar het bed en deed mijn ogen een paar keer dicht en weer open. ‘Aydelem sleep‘ ( nee, slaap) was direct haar vertaling. Daarna maakte ik krabbewegingen op mijn lijf en wees naar mijn buik. Ze keek eerst verbaasd, maar ineens begreep ze me en schudde met haar hoofd, nu de andere kant op. ‘Aydellem‘ (nee), dat kwam niet door de ‘bambino’. Ze bleef nog even bedenkelijk kijken totdat ze ineens hard begon te lachen.

Ze liep naar het bed en sleepte het beddengoed er af, daarna beurde ze het voeteneinde omhoog en liet het los zodat het met een klap op de grond terechtkwam. Wat er toen gebeurde is nauwelijks na te vertellen. Het regende beestjes op de grond. Ze waren roodbruin van kleur, plat en ongeveer 0.5 cm groot. Ethennisch trapte er een dood met haar grote teen, pakte hem op en rook eraan. Ze noemde een naam maar dat zei mij natuurlijk niets. Later hoorde ik dat bedwants, een soort wandluizen waren. Ik stond daar te griezelen, daar kwam dus mijn jeuk vandaan. Overdag zaten ze in de kieren en spleten van het houten bed. ’s Nachts gingen ze op zoek naar voedsel, kropen over mij heen en zogen zich vol met mijn bloed… (wordt vervolgd)

(3) Ethennisch, mijn steun en toeverlaat

Etennisch

Ethennisch gaat op stap!

Ethennisch was erg donker van kleur, ik denk dat ze midden dertig was. Het was moeilijk te schatten. Zelf wist ze haar leeftijd niet. Toen ik haar voor het eerst zag was ze gehuld in de traditionele kleding. Een witte jurk van soepel geweven stof met onder aan de zoom een kleurrijke rand met geborduurde motieven. Deze rand zag je terug op de doek die om haar schouders hing. Op haar hoofd had ze kleine, korte, zwarte krulletjes, deze waren normaal niet zichtbaar want daar zat altijd een kunstig opgebonden hoofddoek omheen. Ze liep meestal op blote voeten.Tijdens haar werk had ze truitjes en rokken aan die ze hier en daar had gekregen. Ze had duidelijk een voorkeur voor felle kleuren. Door haar donkere huid stond dat bijzonder goed.

(2) Shoa (1967)

shoa3

Het voetbalveld Foto:©Lou Andreoli

Het huisje in Shoa waar ik enkele weken zou verblijven lag aan het voetbalveld van de Ethiopiërs en dicht tegen de behuizing van de arbeiders aan.  Al direct de eerste dag dat ik alleen was kwam een van de blanke vrouwen, die zich bezig hield met het wegwijs maken van nieuwkomers, op bezoek. Ze was in gezelschap van een Ethiopische vrouw. Het was te doen gebruikelijk dat je in huis een huisbediende aannam. En daarnaast als je in je permanente huis woonde ook een jongen voor de verzorging van de tuin. Op deze manier werkte je mee aan betere leefomstandigheden van de bevolking. Het was naast het werk op de fabriek en in de velden een van de weinige kansen voor hen om werk te krijgen.  Ethennisch Asafa werd aan mij voorgesteld met lovende woorden.. maar er was iets waar eerst over gepraat moest worden. Het bleek dat ze wegens diefstal bij haar vorige werkgever was ontslagen. Ze had beterschap beloofd en de politie had haar duidelijk gemaakt dat als ze weer de fout inging, ze van de onderneming zou worden verwijderd. Dit was een enorme straf want waar kon ze anders wonen en werken. Na navraag van mij waar het precies omging werd het duidelijk dat het ging om het meenemen van wat koffie, thee en ander voedsel. Ik besloot haar een kans te geven en nam haar in dienst. Achteraf was ik erg blij met die keus. Ethennisch is tijdens ons verblijf in Ethiopië altijd bij ons gebleven. Zij werd mij steun en toeverlaat, ik heb veel van haar geleerd en zij van mij!

het-land-van-de-verbrande-gezichten

Meer verhalen over die tijd zijn te lezen in mijn boek:

‘Het land van de verbrande gezichten’

Uitgever: Boekenplan, Maastricht

ISBN: 978 90 71794 05 6 (Tweede druk 2007)

 

(1) Aankomst Addis Ababa (1967)

 

Toen het vliegtuig op het Haile Selassie 1 Airport in Addis Ababa landde werden we door een medewerker van de HVA afgehaald. Hij bracht ons naar het hoofdkantoor en daar werden we officieel verwelkomd. Tijdens het gesprek kregen we te horen dat Lou voorlopig alleen naar Metahara zou gaan, dit in verband met de huisvesting. De huizen waar wij zouden gaan wonen waren nog niet klaar. De bedoeling was dat Lou van maandagochtend tot vrijdagmiddag in Metahara zou verblijven. Hij kreeg daar een kamer in de mess, een gebouw met meerdere kleine slaapkamers en een gezamenlijke douchegelegenheid. Verder was er een gemeenschapsruimte waar gegeten werd,  en een bar voor de dorstige mens. In het weekend kon hij naar de suikeronderneming Shoa komen waar ik tijdelijk een gemeubileerd huisje zou krijgen.

Shoa

Het huisje in Shoa

Onze meubels en alle andere spullen waren drie maanden in een kist van tien kubieke meter per boot vanuit Nederland verstuurd en als alles goed zou gaan dan konden ze over een maand in Djibouti arriveren. Vandaar dat het huisje gemeubileerd was.

Dit bericht viel wel even rauw op ons dak, we hadden hier totaal niet op gerekend. We bleven positief denken, in ieder geval hadden we het weekend nog samen om alvast een beetje te wennen voordat Lou richting Metahara zou gaan…